Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:16773
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,138 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27425 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant]
, opposant
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2024 in het geding tussen
opposant
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Inleiding
Bij uitspraak van 2 oktober 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats Middelburg het beroep van opposant tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van zijn visumaanvraag niet ontvankelijk verklaard, omdat verweerder inmiddels op 7 augustus 2024 een besluit heeft genomen op het bezwaar. In die uitspraak is overwogen dat opposant niet heeft gereageerd op het verzoek van de rechtbank om te reageren op het alsnog door verweerder genomen besluit.
Bij digitaal bericht van 3 oktober 2024 heeft de gemachtigde van opposant gesteld dat deze uitspraak niet juist is.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
Beoordeling
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat.
Beoordeling
3. Opposant heeft bij digitaal bericht van 3 oktober 2024 gesteld dat in de uitspraak van 2 oktober 2024 ten onrechte is overwogen dat hij geen reactie heeft ingediend op het door verweerder genomen besluit op bezwaar van 7 augustus 2024. Opposant stelt dat hij wel degelijk, te weten op 20 augustus 2024, op dat besluit van verweerder heeft gereageerd. De rechtbank vat het bericht van 3 oktober 2024 op als verzetschrift en begrijpt de verzetsgrond zo dat opposant aanvoert dat ten onrechte niet is ingegaan op de gronden gericht tegen het besluit van verweerder van 7 augustus 2024, waarbij verweerder het bezwaar ongegrond heeft verklaard.
4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is.
5. De rechtbank heeft namelijk niet tot haar kennelijk oordeel kunnen komen. Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van zijn visumaanvraag. Op 7 augustus 2024 heeft verweerder alsnog beslist op het bezwaar. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft een beroep vanwege niet tijdig-beslissen ook betrekking op het alsnog genomen besluit, indien het besluit niet tegemoet komt aan het beroep. Op verzoek van de rechtbank heeft opposant bij het onder rechtsoverweging 3 genoemde bericht gereageerd dat hij het niet eens is met het besluit van 7 oktober 2024. Echter de rechtbank heeft dat bericht per abuis gemist en om die reden op 2 oktober 2024 enkel uitspraak gedaan op het beroep van opposant gericht tegen het niet-tijdig beslissen van verweerder. In die uitspraak is geen oordeel opgenomen over de beslissing op bezwaar van 7 augustus 2024 en de op 20 augustus 2024 daartegen ingediende gronden. Het verzet is daarom gegrond.
6. Als gevolg van het gegrond verklaren van het verzet, komt de uitspraak van 2 oktober 2024 te vervallen en zal het onderzoek in de zaak worden voortgezet in de stand waarin het zich vóór de uitspraak bevond. De rechtbank zal dus opnieuw op het beroep moeten beslissen. Dit betekent dat de door opposant op 20 augustus 2024 ingediende gronden moeten worden behandeld als beroepschrift tegen de beslissing op bezwaar van 7 augustus 2024. Partijen zullen over de behandeling van het beroep nader worden bericht.
7. De rechtbank zal de proceskosten van opposant vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond.
- bepaalt dat de griffier de door opposant gemaakte proceskosten voor het verzet, te weten
€ 437,50 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vergoedt.
Deze uitspraak is op 14 oktober 2024 gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
Algemene wet bestuursrecht.