Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-27
ECLI:NL:RBDHA:2024:15972
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
654 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27155
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de minister van Asiel en Migratie
.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 4 juli 2024, waarin de minister de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond heeft verklaard, het opgelegde terugkeerbesluit handhaaft en een inreisverbod van twee jaar heeft opgelegd.
1.1.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling
Heeft eiser nog procesbelang?
2. De minister heeft in het bericht van 25 juli 2024 aan de rechtbank laten weten dat eiser op 22 juli 2024 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). De gemachtigde van eiser heeft op 31 juli 2024 laten weten geen contact meer te hebben met eiser. Daaruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft eiser geen belang bij de beoordeling van het beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Conclusie
3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse - Pot, rechter, in aanwezigheid van M. Kok, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
Zie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 9 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3636.