Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-24
ECLI:NL:RBDHA:2024:15870
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
679 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.16514
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J. Singh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. Y. Verheugd).
Procesverloop
1. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning met het besluit van 10 april 2024 (het primaire besluit) niet in behandeling genomen.
2. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Met het besluit van 20 juni 2024 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
4. De voorzieningenrechter doet met instemming van partijen uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
6. Verweerder heeft al op het bezwaar beslist op 20 juni 2024; hierdoor is geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om een voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
7. Het (digitale) procesdossier dat de rechtbank ter beschikking staat bevat geen stuk waaruit blijkt dat beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar. De gemachtigde van verzoeker heeft de griffier telefonisch bevestigd dat geen beroep is ingesteld. Er is dus geen connex beroep. Het verzoek wordt op grond van artikel 6:6, onder a, van de Awb, in combinatie met artikel 8:81, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 september 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.