Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:15773
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
498 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6464
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, verzoeker
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R. Balkenende), en
de minister van Asiel en Migratie
, de minister (gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).
Procesverloop
Bij besluit van 2 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek is, tezamen met de zaak NL23.6463, op 30 maart 2023 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Bij uitspraak van 25 april 2023, zaaknummer NL23.6463, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Brouwer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.