Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:15675
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
661 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.10280
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] (V-nummer [V-nummer]), verzoekster
mede namens haar minderjarig kind [verzoeker] (V-nummer [V-nummer]),
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en
de minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).
Procesverloop
Bij besluit van 7 maart 2024 (het overdrachtsbesluit) heeft de minister bepaald dat verzoekers aan de autoriteiten van Duitsland zullen worden overgedragen.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (bekend onder zaaknummer NL24.10279). Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.10279, op 26 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.10279, heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft, gegrond verklaard. Om die reden zal het verzoek als ongegrond worden afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D. Kock, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 4 september 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.