Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:15433
Strafrecht
Verschoning
631 tokens
Dictum
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. F. Guljé,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 09/125692-24
tegen de verdachte
[verdachte] ,
gedetineerd in de PI [plaats] , locatie [locatie] ,
bijgestaan door mr. J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
☒ de rechter heeft eerder bemoeienis gehad met partijen
Beoordeling
3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Uit de toelichting van de rechter blijkt dat zij als rechter betrokken was in de zaak tegen een medeverdachte in deze zaak zal op 7 oktober a.s. vonnis worden gewezen, met overwegingen over de verdachte. Gelet daarop is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
Dictum
De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* de verdachte, p/a mr. J.J. Boelaars;
* de officier van justitie, mr. S. Sleeswijk-Visser.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 25 september 2024 door mrs. S.M. Krans, M. Kramer en M. Nijenhuis, in tegenwoordigheid van de griffier.