Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:15226
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,276 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.20706
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. S. Oukil), en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister,
(gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 20 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 april 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vw. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
2.1.
Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1980 en heeft de Eritrese nationaliteit. Eiser heeft op 17 november 2022 een aanvraag ingediend om afgifte van een document waaruit blijkt dat hij
een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 van het VWEU1 en het arrest Chávez-Vilchez.2 Eiser beoogt verblijf bij zijn vier minderjarige kinderen die de Nederlandse nationaliteit bezitten.
3.1.
Het beleid van de minister over de uitvoering van het arrest Chávez-Vilchez is neergelegd in paragaaf B10/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Ingevolge dat beleid moet aan vier voorwaarden worden voldaan voor een geslaagd beroep op dat arrest en om in aanmerking te kunnen komen voor een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU. Niet in geschil is dat eiser aan de eerste drie voorwaarden heeft voldaan. In geschil is of de vier minderjarige kinderen van eiser het grondgebied van de Europese Unie moeten verlaten als aan eiser het verblijfsrecht wordt geweigerd. Volgens de minister is dit niet het geval, omdat aan eiser een subsidiaire beschermingsstatus door Italië is verleend en omdat niet is gebleken dat die verblijfsstatus is ingetrokken en eiser niet langer een verblijfsrecht in Italië heeft.
Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen verblijfsrecht heeft in Italië?
4. Eiser stelt dat hij heeft aangetoond dat hij geen verblijfsrecht meer heeft in Italië. Eiser heeft zijn hoofdverblijf verplaatst naar Nederland. Dat wordt door de minister niet betwist. Eiser wijst ter onderbouwing van zijn standpunt op Italiaanse regelgeving3 waaruit volgt dat een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken bij verplaatsing van het hoofdverblijf naar een ander land. De uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 14 januari 2022 en 9 mei 20174, waar de minister in het besluit naar heeft verwezen, zijn volgens eiser niet op hem van toepassing. Die uitspraken hebben namelijk betrekking op andere landen dan Italië. Uit deze uitspraken volgt niet dat Italië de Kwalificatierichtlijn goed heeft geïmplementeerd. Eiser stelt dat de minister, nu eiser zijn hoofdverblijf heeft verplaatst en gelet op de Italiaanse regelgeving, onderzoek had moeten doen naar de huidige status van zijn verblijfsrecht bij de Italiaanse autoriteiten.
4.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Het arrest Chávez-Vilchez beperkt zich tot de vraag of een kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als aan zijn derdelander ouder een verblijfsrecht wordt geweigerd. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt voorts dat het in eerste instantie aan eiser is om aannemelijk te maken dat een verblijfsrecht in een andere lidstaat niet meer bestaat.5
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Italië geen verblijfsrecht meer heeft. Uit het door eiser overgelegde verblijfsdocument kan worden opgemaakt dat aan hem door Italië een subsidiaire beschermingsstatus is verleend. Dit verblijfsdocument is op 12 september 2021 verlopen. Het gegeven dat eisers Italiaanse verblijfsdocument is verlopen, betekent niet dat eiser geen subsidiaire beschermingsstatus meer heeft in Italië. Uit de Kwalificatierichtlijn volgt dat een subsidiaire beschermingsstatus
1. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2 Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.
3 Legislative decree 286/98, art. 9, sub 7, let. C en DPR 12 gennaio 2015, n. 21 - Regolamento relativo alle procedure per il riconoscimento e la revoca della protezione internationale
4 ECLI:NL:RVS:2022:101 en ECLI:NL:RVS:2017:1253.
5 Zie de uitspraken van de Afdeling van 16 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:789 en van 15 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2534.
niet vervalt met het verlopen van de geldigheidsduur van een verblijfsdocument. Voor beëindiging van een subsidiaire beschermingsstatus is een uitdrukkelijke beslissing (individuele beoordeling) van de autoriteiten vereist.6 Eiser heeft niet aangetoond dat de Italiaanse autoriteiten zo’n beslissing hebben genomen. De Italiaanse regelgeving waar eiser naar verwijst leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij overweegt de rechtbank dat het artikel een zogenoemde ‘kan’-bepaling betreft en daaruit niet kan worden opgemaakt dat het verplaatsen van het hoofdverblijf van rechtswege met zich brengt dat eisers verblijfsvergunning is of wordt ingetrokken. Eiser heeft ook anderszins niet aannemelijk gemaakt dat zijn verblijfsrecht in afwijking van de Kwalificatierichtlijn zonder uitdrukkelijke beslissing zou zijn ingetrokken.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat eiser met de verwijzing naar de Italiaanse regelgeving en het gegeven dat eiser zijn hoofdverblijf heeft verplaatst geen begin van bewijs heeft geleverd waarin de minister aanleiding heeft moeten zien om nader onderzoek te doen bij de Italiaanse autoriteiten naar het verblijfsrecht van eiser. De minister heeft haar onderzoeksplicht niet geschonden door geen contact op te nemen met de Italiaanse autoriteiten.
4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich dan ook terecht op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen verblijfsrecht heeft in Italië. Dit betekent dat de minderjarige kinderen van eiser niet gedwongen worden om de Europese Unie te verlaten als de minister eiser geen verblijfsrecht in Nederland verleent.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de minister de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
6 Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1253.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 september 2024
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.