Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:14999
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,128 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.30922, NL24.30924 en NL24.32279
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 1]
, (eiseres 1), V-nummer: [V-nummer] , mede namens haar dochter [minderjarige], V-nummer: [V-nummer]
en
[eiseres 2] , V-nummer: [V-nummer] , en
[eiseres 3]
, V-nummer: [V-nummer] , hierna: eisers
(gemachtigde: mr. P. Scholtes),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. R. Hopman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 6 augustus 2024 niet in behandeling genomen omdat volgens de minister Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvragen.
1.1.
De rechtbank heeft de beroepen op 20 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, [A] van Tawasol Human Rights Organization, S. Nazanini als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgen en het niet in behandeling nemen van hun aanvragen in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.
Strafzaak in Nederland
5. Eisers stellen zich op het standpunt dat de minister hun asielaanvragen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling had moeten nemen. Eisers voeren daartoe aan dat eiseres 1 in Nederland aangifte kan doen of een getuigenverklaring kan afleggen in een onderzoek naar misdaden tegen de menselijkheid dat loopt bij het Team Internationale Misdrijven van het OM in Rotterdam. Volgens eiseres is dit niet (goed) mogelijk in Duitsland, omdat de zaak in Nederland loopt, en omdat haar asielaanvraag in Duitsland is afgewezen, wat betekent dat zij binnen korte tijd zou kunnen worden uitgezet naar Egypte. Eiseres wilde de verklaringen afleggen in een vertrouwelijk traject, maar dat traject is volgens haar op 9 juli 2024 beëindigd zonder dat zij de verklaringen heeft afgelegd. De strafrechtadvocaat die betrokken is bij het onderzoek, kan vanwege vertrouwelijkheid van het onderzoek geen informatie geven. Op zitting is verklaard dat eiseres begrepen heeft dat zij binnen twee weken opgeroepen zal worden om aangifte te doen. Op de zitting heeft een vertegenwoordiger van Tawasol Human Rights Organization (THR) ook verklaard dat het voor de voortgang van het strafrechtelijke onderzoek van belang is dat eiseres een getuigenverklaring aflegt. Volgens eisers heeft de minister de belangen niet goed gewogen.
6. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen verklaring van de politie of het OM is dat de aanwezigheid van eiseres in Nederland van belang is voor het onderzoek. De verklaring dat eiseres begrepen heeft dat zij binnen twee weken opgeroepen wordt om aangifte te doen, is niet onderbouwd. Al met al is er geen concrete onderbouwing voor de stelling van eiseres dat haar aanwezigheid in Nederland in de ogen van de politie of het OM van belang is voor het onderzoek. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden om haar alsnog in de gelegenheid te stellen om haar stellingen nader te onderbouwen. De rechtbank wijst dat verzoek af omdat haar bewijsaanbod onvoldoende concreet is.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister in het besluit heeft kunnen overwegen dat eiseres niet duidelijk heeft gemaakt dat zij in Duitsland geen aangifte zou kunnen doen. Op de zitting heeft eiseres gesteld dat haar asielaanvraag is afgewezen en er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn voor een opvolgende aanvraag waardoor zij door Duitsland uitgezet kan worden naar Egypte. Daardoor zal zij niet meer in de gelegenheid zijn om verklaringen af te leggen. De rechtbank is het eens met het standpunt van de minister op de zitting dat er op dit moment geen concrete aanwijzingen zijn dat het OM het van belang vindt dat eiseres in Nederland blijft, zodat er geen omstandigheden zijn
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
waarom de minister op dit moment de asielaanvraag van eiseres onverplicht in behandeling zou moeten nemen. De beroepsgrond slaagt niet.
Ervaringen in Duitsland
8. Eisers voeren verder aan dat zij zich niet veilig voelen bij terugkeer naar Duitsland, gelet op hun eerdere ervaringen. Eisers werden opgevangen in een klein dorpje, waar zij werden gevolgd en geïntimideerd en uitgescholden op straat. Met de klachten die zij indienden op de school werd niks gedaan, en het verhaal van de autochtone kinderen werden geloofd. De kinderen zijn een aantal keren thuisgebleven van school omdat ze bang waren. Verder stelt eiseres dat zij door artsen, zonder rechterlijke machtiging, is gedwongen om medicatie in te nemen. Eiseres heeft daartoe een foto overgelegd over de medicatie.
9. De rechtbank overweegt dat de minister er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel van mag uitgaan dat de Duitse autoriteiten zich houden aan hun internationale verplichtingen. Eisers hebben niet gesteld dat dit in hun geval niet mag. Uit de overgelegde foto blijkt dat aan eiseres in 2021 Opipramol (een antidepressivum) is voorgeschreven, maar niet dat zij daartoe is gedwongen en ook niet dat dit gebeurde op de manier die zij beschrijft. Verder mag van eisers verwacht worden dat zij bij voorkomende problemen klagen bij de Duitse autoriteiten. Uit de verklaringen van eisers blijkt niet dat zij dit hebben geprobeerd of dat dit voor hen niet mogelijk was/zal zijn. Tegen deze achtergrond heeft de minister zich op ook terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat bij overdracht sprake is van onevenredige hardheid als bedoeld in artikel 17 van de Dublinverordening. De beroepsgrond treft dus geen doel.
Conclusie
10. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat het niet in behandeling nemen van de aanvragen in stand blijft en eisers mogen worden overgedragen aan Duitsland. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 augustus 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.