Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-06
ECLI:NL:RBDHA:2024:1481
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
953 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36875
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser vindt de motivering van het bestreden besluit om de aanvraag niet inhoudelijk te behandelen onvoldoende.
2. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig geacht en om die reden de asielmotieven van eiser niet inhoudelijk onderzocht. Verweerder stelt daarbij allereerst terecht dat eiser zijn aanvraag niet met documenten heeft onderbouwd. Dat bij asielzoekers documenten vaak ontbreken, ontslaat eiser niet van de op hem rustende bewijslast, en zoals verweerder heeft overwogen heeft eiser zelf ook aangekondigd dat hij zou proberen om documenten over te laten komen. Hij heeft dit niet gedaan, zonder dat hij daar enige toelichting op heeft gegeven.
3. De rechtbank stelt met eiser vast dat de motivering in het bestreden besluit dat aan eiser herkomstvragen zijn gesteld en dat niets van de verklaringen van eiser is teruggevonden summier is. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat eiser hierover geen zienswijze heeft ingediend. Gelet hierop was heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien een nadere motivering op te nemen in het bestreden besluit. Verder heeft verweerder in het verweerschrift een concrete toelichting gegeven die de rechtbank voldoende acht.
Eiser heeft ten slotte wisselend verklaard over zijn leeftijd en heeft geen voldoende verklaring gegeven over de reden daarvan. In de beroepsgronden is hier niet nader op ingegaan.
4. Verweerder heeft gelet hierop voldoende gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn, zodat terecht geen inhoudelijke beoordeling van de asielmotieven van eiser heeft plaatsgevonden.
5. Verweerder heeft verder geconcludeerd dat eiser hem heeft misleid omtrent zijn identiteit, nationaliteit en herkomst door hierover onjuiste informatie te verstrekken en heeft de asielaanvraag om die reden afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft eiser niets aangevoerd. Evenmin zijn gronden aangevoerd tegen het onthouden van een vertrektermijn en het uitvaardigen van een inreisverbod.
6. Het beroep is daarom ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292.