Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-09
ECLI:NL:RBDHA:2024:1448
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
586 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.39842
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] alias [alias], verzoekster,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).
Procesverloop
Bij besluit van 19 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat een overdracht wordt opgeschort. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.39841.
Op 8 januari 2024 is verzoekster overgedragen aan Frankrijk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 31 januari 2024 op zitting behandeld. Verzoekster en haar gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
2. Omdat verzoekster is overgedragen ontbreekt de vereiste onverwijlde spoed bij het verzoek tot opschorting van de overdracht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.