Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-27
ECLI:NL:RBDHA:2024:13992
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
946 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28752
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2024 de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),
en
de minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. M.J.C. van der Woning).
Inleiding
1. Bij besluit van 17 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zaaknummer NL24.28751. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 13 augustus 2024 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling
2. Als tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De minister heeft aan verzoeker meegedeeld dat hij de behandeling van het beroep niet in Nederland mag afwachten. Dat betekent dat verzoeker nog tijdens de behandeling van het beroep aan Kroatië kan worden overgedragen. Verzoeker heeft daarom een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
4. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet aan Kroatië zal worden overgedragen totdat op het beroep is beslist. In die beroepsprocedure is (onder meer) aan de orde of de minister voor Kroatië nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In deze zittingsplaats zal die vraag door een meervoudige kamer worden behandeld. De uitspraak van de meervoudige kamer zal van belang zijn voor de uitkomst van de beroepsprocedure van verzoeker. In afwachting van de uitkomst van die procedure wijst de voorzieningenrechter daarom het verzoek van verzoeker toe.
Conclusie
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van verzoeker toe en treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet aan Kroatië mag worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.
5.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, krijgt verzoeker ook een vergoeding voor haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt € 875,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift met wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet aan Kroatië mag worden overgedragen totdat op het beroep is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.C.M. Pijnenburg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Dat staat in artikel 8:81 van de Awb.