Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:13936
Civiel recht; Insolventierecht
Voorlopige voorziening
583 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: C/09/671718 / FT RK 24/743
vonnis van 30 augustus 2024
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [verzoeker] ,
tegen
[verhuurder] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
hierna: de verhuurder,
gemachtigde: BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders,
heeft verzoeker op 30 augustus 2024 een verzoek ingediend waarin gevraagd wordt om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b, eerste lid, van de Faillissementswet (Fw.)
1Het verzoek
1.1
Het verzoek strekt ertoe dat de verhuurder wordt verboden om de woning van de heer [verzoeker] te doen ontruimen.
Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 287b van de Faillissementswet (Fw) kan een schuldenaar een voorlopige voorziening (moratorium) vragen als er sprake is van een bedreigende situatie. Onder bedreigende situatie wordt onder meer verstaan gedwongen woningontruiming.
2.2
De rechtbank merkt op dat het verzoekschrift incompleet is ingediend. Het exploot van de gerechtsdeurwaarder waarin de datum van de ontruiming (hierna: het exploot) wordt aangezegd ontbreekt.
2.3
De rechtbank heeft verzocht om overlegging van het exploot. Dit is niet aangeleverd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld van een bedreigende situatie als bedoeld in artikel 287b Fw.
2.4
Een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b Fw dient verder vergezeld te zijn van een WSNP-verzoek. Ook dit verzoek is niet aanwezig. Daarom zal de rechtbank de heer [verzoeker] niet ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om een voorlopige voorziening;
Gewezen door mr. A.C.M. Höppener, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2024 in tegenwoordigheid van H.E. Keskin, griffier.