Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-21
ECLI:NL:RBDHA:2024:13487
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,384 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/4999
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer [nummer], eiseres
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (het COa).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het COa van 6 maart 2024 om eenmalig € 14,47 van het leefgeld van eiseres in te houden.
1.1.
Het COa heeft het bestreden besluit op 21 mei 2024 ingetrokken. De rechtbank heeft eiseres daarom op 27 mei 2024 gevraagd of zij het beroep wil handhaven. Eiseres heeft de rechtbank op 3 juni 2024 laten weten dat zij het beroep handhaaft.
1.2.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling
2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat eiseres geen (proces)belang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep. Dat betekent dat de rechtbank vindt dat eiseres met dit beroep niet (meer) kan bereiken wat zij daarmee wil bereiken. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiseres nog (proces)belang bij een beoordeling van haar beroep?
3. Eiseres heeft laten weten dat zij het beroep niet intrekt. Eiseres schrijft aan de rechtbank dat zij en haar minderjarige zoon nog steeds illegaal en gratis (openbare) ruimtes in hun asielzoekerscentrum moeten schoonmaken. Als zij dat niet doen, moeten zij van het COa boetes betalen en worden zij misschien uit het asielzoekerscentrum gezet. Eiseres heeft een klacht ingediend bij het COa, maar zij heeft daar nog steeds geen schriftelijk antwoord op gekregen. Eiseres vraagt aan de rechtbank om te bepalen dat zij en haar minderjarige zoon niet meer hoeven schoon te maken. Eiseres vraagt ook aan de rechtbank om te bepalen dat zij een vergoeding krijgt voor het schoonmaakwerk dat zij doet.
3.1.
De bestuursrechter kan alleen oordelen over een besluit. Bij eiseres was dat het besluit waarmee het COa haar leefgeld had ingehouden. Eiseres was het daar niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens dit beroep heeft het COa het besluit ingetrokken. Het besluit bestaat niet meer. Omdat de bestuursrechter alleen oordeelt over een besluit, kan de rechtbank niet bepalen dat eiseres niet meer hoeft schoon te maken. De rechtbank kan daarom ook niet bepalen dat eiseres een vergoeding moet krijgen voor haar schoonmaakwerk. Eiseres kan daarover een klacht indienen bij het COa. Eiseres schrijft dat zij dat heeft gedaan, maar dat het COa daar niet (schriftelijk) op reageert. De rechtbank begrijpt dat eiseres dat vervelend vindt. De rechtbank kan alleen ook daarover geen oordeel geven. Eiseres heeft met haar beroep bereikt wat zij wilde bereiken: het COa heeft de inhouding van het leefgeld teruggedraaid. Eiseres heeft daarom geen procesbelang meer. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Conclusie
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Daarom beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres verder niet meer inhoudelijk.
Krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten?
5. Eiseres heeft aan de rechtbank gevraagd te bepalen dat het COa haar proceskosten terugbetaalt. Eiseres heeft in totaal € 47,58 verzendkosten moeten betalen voor alle post die zij naar de rechtbank, het COa en het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gestuurd.
5.1.
Eiseres kan alleen een vergoeding krijgen voor bepaalde soorten proceskosten. Verzendkosten en kosten voor enveloppen horen daar niet bij. Dat betekent dat het COa de verzendkosten en de kosten voor de enveloppen van eiseres niet hoeft terug te betalen. Eiseres heeft verder ook geen andere kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Dat staat in artikel 8:1 van de Awb.
In artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht staat welke kosten dit zijn.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1569, r.o. 7.1.