Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:13230
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
898 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22254
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de Minister van Asiel en Migratie (dan wel diens rechtsvoorgangers), de minister (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buitenbehandelingstelling van zijn herhaalde asielaanvraag. Eiser is van Nigeriaanse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1996. Hij heeft op 10 mei 2024 een herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 mei 2024 deze aanvraag buiten behandeling gesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL24.22255, op 24 juli 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft daarvoor de volgende motivering.
2. De rechtbank is van oordeel dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. De rechtbank stelt vast dat eiser een derde asielaanvraag heeft gedaan en heeft nagelaten om het formulier M35-O volledig in te vullen. Ook heeft eiser niet de documenten en de gevraagde informatie die verweerder in het voornemen heeft genoemd, overgelegd. Weliswaar heeft eiser printscreens van februari 2024 van een gesprek via Facebook
overgelegd, maar hieruit kan niet worden opgemaakt door wie of door welke bende van mensensmokkelaars eiser wordt bedreigd.
3. Ook heeft eiser nagelaten om de vragen van verweerder terzake zijn gerichtheid en over zijn vriend/partner te beantwoorden. De enkele stelling dat sprake is van identiteitsgroei en dat eiser een partner heeft is onvoldoende. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Verweerder heeft eiser naar aanleiding van zijn reactie niet hoeven horen, nu geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
4. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. Het beroep is dus ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2024 door mr. S.G.M. Van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
25 juli 2024
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.