Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-01
ECLI:NL:RBDHA:2024:13188
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,289 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.685 en NL24.5097
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. R.J. Portegies)
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Erdal)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen 1) het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag en 2) het alsnog genomen besluit waarbij de asielaanvraag van eiser is afgewezen. 1.1. Eiser heeft op 4 augustus 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 9 januari 2023 heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. 1.2. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 januari 2024 afgewezen als ongegrond. Eiser heeft vervolgens apart beroep ingesteld tegen deze afwijzing.1.3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.1.4. De rechtbank heeft alleen het beroep met zaaknummer NL24.5097 op 3 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ikar als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op 23 februari 2001. Hij stelt problemen te hebben met Al-Shabaab. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder tijdens het werken in haar winkel meerdere keren telefonisch is bedreigd door Al-Shabaab. Eiser stelt dat toen hij 16 of 17 jaar oud was, hij ook één keer de telefoon heeft opgenomen. Al-Shabaab wilde dat de moeder van eiser hen belasting zou betalen. De moeder van eiser gaf niet toe, waarna zij door Al-Shabaab is beschoten bij haar winkel. De moeder van eiser heeft de aanval overleefd. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser uit wraak te worden gedood door Al-Shabaab, omdat zijn moeder geen belasting heeft betaald. Zij zou vanwege de problemen ook niet meer in Somalië verblijven.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
telefonische bedreigingen vanuit Al-Shabaab;
aanval op eisers moeder door Al-Shabaab;
persoonlijke problemen met Al-Shahaab.
3.1
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook de persoonlijke problemen met Al-Shabaab vindt verweerder geloofwaardig, voor zover dit gaat over de verklaringen van eiser dat hij als jongen twee keer is geslagen door leden van Al-Shabaab. Dit maakt echter niet dat aan eiser een asielvergunning wordt verleend. Deze persoonlijke problemen met Al-Shabaab zijn namelijk niet de directe aanleiding geweest voor eiser om Somalië te verlaten. De gestelde problemen van zijn moeder en het feit dat zij gewond was, waren de redenen om Somalië te verlaten. Ten tijde van de aanval op de moeder van eiser was Al-Shabaab aan de macht. Verweerder stelt dat dat op dit moment niet meer het geval is en eiser verder geen persoonlijke problemen heeft gehad met Al-Shabaab. De telefonische bedreigingen vanuit Al-Shabaab en de aanval op de moeder van eiser acht verweerder ongeloofwaardig. Volgens verweerder heeft eiser dan ook bij terugkeer naar Somalië geen vrees voor vervolging en loopt hij ook geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft de telefonische bedreigingen en de aanval op zijn moeder ten onrechte ongeloofwaardig geacht. In de kern komt eisers betoog erop neer dat hij over deze elementen niet tegenstrijdig, summier of wisselend heeft verklaard. Verder maken de persoonlijke problemen van eiser en de slechte veiligheidssituatie door de aanwezigheid van Al-Shabaab dat hij bij terugkeer naar Somalië wel degelijk een reëel risico op ernstige schade loopt. Wat is het oordeel van de rechtbank?Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen (NL23.685)
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 31 januari 2024, buiten de beslistermijn, op de asielaanvraag heeft beslist. Nu verweerder op de aanvraag heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep met zaaknummer NL23.685 komen te vervallen. Dat beroep zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het beroep gericht tegen het asielbesluit (NL24.5097)
Telefonische bedreigingen door Al-Shabaab
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de telefonische bedreigingen van Al-Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
6.1
Verweerder heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard als het gaat om de periode waarin zijn moeder telefoontjes zou hebben gekregen van Al-Shabaab. Zo heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab in 2019 geld is gaan vragen van eisers moeder. Eiser heeft later aangegeven dat hij in de vierde maand van 2019 hierover is geïnformeerd door zijn moeder en dat in de zesde maand de aanval op zijn moeder plaatsvond. In het aanvullend gehoor heeft eiser echter verklaard dat hij in 2018 één keer de telefoon heeft opgenomen en dat zijn moeder hiervoor al meerdere telefoontjes had gekregen van Al-Shabaab. Ook heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab aan zijn moeder heeft gevraagd om tussen 2017 en 2018 naar de rechtbank te komen. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser heeft verklaard dat wanneer iemand geen belasting kan betalen, Al-Shabaab vraagt om naar de rechtbank te komen. Dit rijmt niet met de verklaring van eiser dat pas in 2019 door Al-Shabaab telefonisch is verzocht geld te betalen. Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat dat de correctie van het jaartal van 2019 naar 2018 door eiser geen betrekking heeft op de wijziging van het jaartal waarin de aanval op zijn moeder zou zijn gepleegd door Al-Shabaab, maar dat deze wijziging betrekking heeft op dat eiser in 2018 één keer de telefoon heeft opgenomen. Daarbij heeft verweerder er in het bestreden besluit op kunnen wijzen dat in het aanvullend gehoor aan eiser is voorgehouden dat hij in het jaar 2017 of 2018 ook één keer de telefoon heeft opgenomen, maar dat de aanval op zijn moeder pas in 2019 heeft plaatsgevonden, met de vraag wat de reden zou zijn dat Al-Shabaab zo lang heeft gewacht met de aanval. Eiser heeft daarop bevestigd dat het inderdaad in 2018 was dat hij de telefoon opnam.
6.2
Verweerder heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat hij niet heeft kunnen aangeven hoe vaak zijn moeder is gebeld door Al-Shabaab, hoewel daar tijdens het nader gehoor tot twee keer toe expliciet om is gevraagd. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat van eiser verwacht mag worden dat hij hier meer over kan vertellen. Het gaat namelijk over de kern van zijn asielrelaas.
6.3
Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de manier waarop hij betrokken werd bij de gebeurtenissen door zijn familie. Zo heeft eiser verklaard dat na de dood van zijn oom, niemand hem nog iets heeft verteld over de situatie rondom Al-Shabaab, terwijl eerder door eiser is aangegeven dat hij als oudste kind wel werd betrokken bij de situatie rondom Al-Shabaab door zijn moeder.
Aanval op moeder door Al-Shabaab
I7. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank ook op het standpunt mogen stellen dat de aanval op eisers moeder door Al-Shabaab ongeloofwaardig is en overweegt hierover het volgende.
7.1
Eiser heeft verklaard dat hij niet aanwezig was toen zijn moeder werd aangevallen in de winkel. Winkeliers, buren en marktgangers zouden het wel hebben gezien en hebben eiser verteld dat het om drie mannen ging die de aanval hebben gepleegd. Op de vraag hoe de mensen zou weten dat het om Al-Shabaab ging heeft eiser verklaard dat de mensen het niet wisten. Eiser ging ervan uit dat het om Al-Shabaab ging vanwege de dreigtelefoontjes die zijn moeder heeft ontvangen. Verweerder heeft zich gelet op deze verklaringen op het standpunt kunnen stellen dat eiser zich heeft gebaseerd op vermoedens. Dit geldt ook voor de verklaring van eiser dat Al-Shabaab op de hoogte was van het feit dat zijn moeder de aanval heeft overleefd. Eiser heeft hier namelijk alleen over verklaard dat Al-Shabaab dit zou weten omdat de winkel verkocht moest worden en zijn tante in Balad bleef. Daarnaast zou Al-Shabaab onder de bevolking zitten en zouden zij hebben gezien dat eisers moeder uit de winkel werd gedragen.
7.2
Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat eiser op de vraag waarom de aanval op zijn moeder in 2019 plaatsvond, terwijl de telefonische bedreigingen al in 2018 plaatsvonden, heeft verklaard dat zijn moeder een laatste waarschuwing zou hebben gehad en dat iedereen van Al-Shabaab de tijd krijgt om hun verzoeken na te komen.
Conclusie
10. De rechtbank zal het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren.
11. Het beroep tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag zal de rechtbank ongegrond verklaren. Dat betekent dat de afwijzing in stand blijft.
12. Gelet op wat de rechtbank onder 5 heeft overwogen, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 437,50 (1 punt x factor 0,5 x € 875,-) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, nu dit geding alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep met zaaknummer NL23.685 niet-ontvankelijk;
verklaart het beroep met zaaknummer NL24.5097 ongegrond;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van N. Bagheri Shirazi, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met de uitspraak in de zaak NL24.5097, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Een partij die het niet eens met de uitspraak in de zaak NL23.685 kan een brief sturen naar de rechtbank waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Dit heet een verzetschrift. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
NL23.685.
NL24.5097.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Nader gehoor, p. 6 en 19.
Nader gehoor, p. 7.
Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 26.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Artikel 3 van het EVRM.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Nader gehoor, p. 5.
Nader gehoor, p. 11.
Nader gehoor, p. 13.
Aanvullend gehoor, p. 3.
Nader gehoor, p. 5
Nader gehoor, p. 15.
Aanvullend gehoor, p. 3.
Aanvullend gehoor, p. 3.
Nader gehoor, p. 12 en 14.
Aanvullend gehoor, p. 4.
Verslag nader gehoor, p. 12.
Nader gehoor, p. 16.
Aanvullend gehoor, p. 4.
Aanvullend gehoor, p. 5.
Nader gehoor, p. 18.
Aanvullend gehoor, p. 3.
Nader gehoor, p. 16.
Aanvullend gehoor, p. 5.
Nader gehoor, p. 12.
Nader gehoor, p.17
Aanvullend gehoor, p. 6.
Nader gehoor, p. 7.
Algemeen Ambtsbericht Somalië van het ministerie van Buitenlandse Zaken van juni 2023, p. 26.
Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 26.
Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 91.