Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:13158
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
665 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.24392
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.S. Jansen), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).
Procesverloop
Bij besluit van 12 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatsecretaris de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.24391, op 25 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Bakkali. De staatsecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.24391, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de staatsecretaris wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de staatsecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 juli 2024
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.