Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:12229
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
871 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26602
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M. van Duren).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Bij bericht van 29 juli 2024 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser op 11 juli 2024 is heengezonden uit strafrechtelijke detentie en dat hij sindsdien niet bekend is in een opvanglocatie. De rechtbank heeft op dezelfde dag de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven of hij nog recent contact heeft gehad met eiser en hij op de hoogte is van zijn verblijfplaats. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 30 juli 2024 meegedeeld dat hij sinds 8 juli 2024 geen contact meer met eiser heeft gehad en het hem niet bekend is of eiser na zijn strafrechtelijke detentie opnieuw in bewaring is gesteld of zich heeft gemeld bij het COa.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 1 juli 2024, volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
3. Nu eiser sinds 11 juli 2024 is heengezonden uit strafrechtelijke detentie, hij sindsdien geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde en onbekend is waar hij verblijft, moet ervan uit worden gegaan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem verzochte bescherming en op een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:2662.