Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:112
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,202 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-5604
Zaaknummer: C/09/651737
Datum beschikking: 11 januari 2024
Beschikking in de zaak van:
[vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C. Elsinga, gevestigd te Leiden,
en
[man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.A.Th. Klaver, gevestigd te Hoorn.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- de e-mail van 29 november 2023 namens de vrouw, met bijlagen waaronder de
brief van 29 november 2023 van mr. C. Elsinga;
het verweer namens de man ingekomen op 7 december 2023, met bijlagen;
de e-mail van 11 december 2023 namens de vrouw, met bijlagen waaronder de
brief van 11 december 2023 van mr. R.P. Heeren.
Verzoek en verweer
In de brief van 29 november 2023 wordt namens de vrouw verzocht een herstelbeschikking te geven. Zij stelt daartoe dat partijen in het verzoekschrift hebben verzocht om naast de echtscheiding het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. De vrouw heeft op 27 oktober een ouderschapsplan en convenant overgelegd waarover partijen het inhoudelijk eens zijn. De man weigert echter de stukken te tekenen. De vrouw verwijst naar een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag waarin het gerechtshof heeft vastgesteld dat de overeenkomst door aanbod en aanvaarding tot stand is gekomen wat en dat de omstandigheid dat de overeenkomst niet is ondertekend niets afdoet aan de rechtsgeldigheid van de afspraken.
De man heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Hij stelt zich op het standpunt dat tussen partijen geen perfecte overeenkomsten tot stand zijn gekomen.
In de brief van 11 december 2023 wordt het verzoek om een herstelbeschikking af te geven gehandhaafd, in die zin dat de uitgesproken echtscheiding blijft staan en dat de rechtbank de zaak aanhoudt voor het aanvullen of wijzigen van de ingediende verzoeken. De vrouw wenst de rechtbank dan te verzoeken om wat partijen zijn overeengekomen in een beschikking vast te leggen, omdat de communicatie tussen partijen zodanig slecht is dat een ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, in welk geval kan worden volstaan met de overlegging van andere stukken (in dit geval de correspondentie tussen de advocaten).
Beoordeling
Krachtens artikel 31 lid 1 Rv verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Criterium hiervoor is of het voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. De fout moet – mede in het licht van de stellingen van partijen – niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn en voor derden op het eerste gezicht duidelijk zijn.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke verschrijving die zich voor eenvoudig herstel leent en de rechtbank legt dit uit als volgt. Uit de toelichting van partijen volgt dat zij verdeeld zijn over de vraag of tussen hen een ouderschapsplan en echtscheidingsconvenant tot stand is gekomen. Het niet opnemen van het ongetekende convenant en het ongetekende ouderschapsplan in de beschikking is daarom al geen kennelijke fout die voor partijen en derden direct duidelijk is en om verbetering vraagt.
Voor het geval de rechtbank heeft verzuimd te beslissen over wat partijen hebben verzocht, kan deze omissie op grond van artikel 32 Rv op eenvoudige wijze in een beschikking worden hersteld.
De rechtbank is van oordeel dat hiervan evenmin sprake is. Partijen hebben een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding ingediend en daarin verzocht om het tussen hen overeengekomen ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. Partijen zijn verdeeld over de vraag of er een ouderschapsplan en echtscheidingsconvenant tot stand is gekomen. Het gezamenlijke verzoek tot opname van het ouderschapsplan heeft de rechtbank op die grond afgewezen. Daarmee heeft de rechtbank op alle voorliggende verzoeken een beslissing genomen en kan van aanvulling van de beschikking geen sprake zijn.
Dictum
De rechtbank:
weigert de verzochte verbetering en/of aanvulling.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door E. Verweij-Steen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 januari 2024.