Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:10550
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
496 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.1387 en NL23.1389
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2024 in de zaken tussen
[verzoekster], v-nummer [nummer 1],
[naam kind 1], v-nummer [nummer 2],
mede namens de minderjarige kinderen van [verzoekster]:
[naam kind 2], v-nummer: [nummer 3],
[naam kind 3]
, v-nummer: [nummer 4],
samen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: [naam gemachtigde]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken om een voorlopige voorziening die verzoekers hebben ingediend hangende hun beroepen tegen de besluiten van 12 januari 2023 van de staatssecretaris op de aanvragen van verzoekers.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL23.1386 en NL23.1388, op 22 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.1386 en NL23.1388, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus - Visschers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Kok, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.