Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:10378
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
501 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.19238
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2],
mede namens hun minderjarig kind,
verzoekers
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).
Procesverloop
Bij besluiten van 1 mei 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.19237, op 27 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde alsmede een tolk. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.19237, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.