Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-13
ECLI:NL:RBDHA:2024:10279
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,210 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/664930 / JE RK 24-712
Datum uitspraak: 13 juni 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 april 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juni 2024. Daarbij waren aanwezig:
[naam] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder.
Feiten
2.1.
[de minderjarige] is gedurende het huwelijk van de vader en de moeder geboren.
2.2.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.3.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.4.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 juni 2023 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 17 juni 2024.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt in eerste instantie om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag] 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Ter zitting wijzigt de gecertificeerde instelling het verzoek naar een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] groeit op in een instabiel gezinssysteem waarin ernstige spanningen zijn tussen de verschillende gezinsleden. Ondanks een intensief traject bij Yes We Can zijn er nog steeds zorgen om [de minderjarige] . Zij is belast met de gebeurtenissen van de afgelopen jaren waarin met name de scheiding tussen de ouders een rol speelt. De communicatie tussen de vader en de moeder loopt tot op heden moeizaam. De zorgen om [de minderjarige] zijn terug te zien in haar sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling en haar gedragsproblematiek, waarbij ze zich fysiek en verbaal agressief kan gedragen. Tevens is er sprake geweest van langdurig schoolverzuim waardoor haar schoolresultaten onvoldoende waren. Sinds kort heeft [de minderjarige] echter een bijbaan en denkt ze na over een vervolgopleiding. Er is onlangs een intake geweest bij het mbo. Daarnaast hebben [de minderjarige] en de moeder door het traject bij Yes We Can positieve stappen gezet waardoor de zorgen lijken te zijn verminderd. De gecertificeerde instelling acht een verlenging van de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk om [de minderjarige] zoveel mogelijk sturing te geven en zicht te houden op de positieve ontwikkeling van [de minderjarige] en de moeder. Tevens moet er nog een onderzoek bij [de minderjarige] plaatsvinden. Ondanks het vertrouwen in de moeder en [de minderjarige] dat zij het onderzoek zelf gaan organiseren, is het belangrijk dat er een jeugdbeschermer hen hierin begeleidt richting het vrijwillige kader.
4De standpunten
4.1.
De moeder is het niet eens met het verzoek. Het gaat goed met haar en [de minderjarige] . De moeder vindt het vervelend dat er de afgelopen jaren al meerdere jeugdbeschermers betrokken zijn geweest en is van mening dat het niks heeft opgeleverd. De laatste jeugdbeschermer is ook vertrokken zonder dat de moeder dat wist. Het wantrouwen van [de minderjarige] tegenover de hulpverlening is alleen maar groter geworden. Echter is de moeder blij met het traject bij Yes We Can. [de minderjarige] heeft hier zelf voor gekozen en dit zelf geregeld. [de minderjarige] is door dit traject positief veranderd. De moeder heeft zelf ook veel geleerd van het traject en is daardoor beter in staat om er voor [de minderjarige] te zijn en haar te ondersteunen. Tot op heden maakt de moeder nog steeds gebruik van het nazorgtraject dat Yes We Can verzorgt en zij is van plan dit te blijven doen zolang zij dit nodig heeft omdat zij merkt dat het ook veel over haar zelf leert en dit helpt haar bij de begeleiding van [de minderjarige] . De moeder heeft er vertrouwen in dat zij en [de minderjarige] er in het vrijwillige kader samen uitkomen.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. Het gaat goed met [de minderjarige] en de moeder. Beiden hebben de afgelopen tijd zichtbaar, afzonderlijk van elkaar maar ook samen, positieve stappen gezet. [de minderjarige] heeft zelf het traject bij Yes We Can georganiseerd en ook zelf aangegeven dat zij nu een nader psychologisch onderzoek wil. [de minderjarige] heeft laten zien dat zij dingen voor elkaar krijgt en zij weet nu beter wat ze wil. Het is positief dat er een intake is geweest bij het mbo en dat [de minderjarige] nadenkt over een vervolgopleiding. De kinderrechter heeft in het gesprek dat zij met [de minderjarige] heeft gehad, gezien dat [de minderjarige] gedreven is om de goede ontwikkeling vast te houden en daarvoor concreet stappen te zetten. Daarnaast ziet de kinderrechter een sterke moeder die de afgelopen tijd positieve stappen heeft gezet, veel heeft geleerd door Yes We Can en de nazorg van Yes We Can met beide handen aangrijpt.
5.2.
Het verzoek van de jeugdbeschermer is begrijpelijk en geeft de zorg en betrokkenheid bij het gezin aan. De kinderrechter is echter van oordeel dat de zorgen bij [de minderjarige] en de moeder voldoende zijn verminderd en dat zij zelf en ook samen sterk genoeg zijn om hulp in het vrijwillige kader voort te zetten. De kinderrechter heeft er voldoende vertrouwen in dat de moeder en [de minderjarige] dit ook samen zullen doen. Dit betekent dat het verzoek tot een verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden afgewezen.
Bericht aan [de minderjarige] :
De kinderrechter vond het fijn dat zij jou gesproken heeft en dat het nu goed met je gaat. Je hebt laten zien dat je dingen zelf voor elkaar krijgt, zoals het organiseren van een traject bij Yes We Can. Ook heb je zelf aangegeven dat je een onderzoek wil. De kinderrechter vindt het fijn dat je nu weet wat je wil en nadenkt over een vervolgopleiding. De kinderrechter ziet dat je gemotiveerd bent om op deze manier door te gaan. Ook je moeder heeft laten zien dat zij veel geleerd heeft bij Yes We Can. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat jij en je moeder geen jeugdbeschermer meer nodig hebben, omdat jullie samen sterk genoeg zijn om dingen zelf te regelen. Daarom heeft de kinderrechter bepaald dat een ondertoezichtstelling niet langer nodig is. Dit betekent dat er geen jeugdbeschermer meer mee zal kijken bij jou en je moeder.
Bovenstaand bericht aan [de minderjarige] zal tevens in de vorm van een aparte brief door de kinderrechter aan [de minderjarige] worden verstuurd.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2024 door
mr. N.I.S. Boers, kinderrechter, in aanwezigheid van N.M.E. Henke als griffier, en op schrift gesteld op 23 juni 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Tekst