Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:9808
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,138 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.15511
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 25 mei 2023 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
Mr. F. van Dijk heeft de rechtbank op 9 juni 2023 bericht dat hij zich onttrekt als gemachtigde van eiser, omdat eiser niet op zijn afspraken is verschenen en het niet is gelukt om telefonisch contact met hem te krijgen.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Nederland bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard.
5. De rechtbank begrijpt uit de beroepsgronden van 1 juni 2023 dat eiser meent dat het besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, omdat verweerder hem geen nadere gelegenheid heeft gegeven om eventuele bezwaren over de manier waarop Zwitserland zijn asielverzoek heeft afgedaan naar voren te brengen.
6. De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken van onzorgvuldige besluitvorming. Verweerder heeft de relevante informatie in de besluitvorming betrokken en er was geen reden om nader onderzoek te verrichten of het besluit anderszins uit te stellen. Wat namens eiser is aangevoerd biedt daarvoor geen aanleiding. Er is meermalen gelegenheid geweest om te reageren op de standpunten van verweerder. Er zijn geen omstandigheden gebleken op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het uitblijven van een reactie niet aan eiser toegerekend zou kunnen worden. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
7. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 juni 2023
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.