Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-23
ECLI:NL:RBDHA:2023:9342
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,072 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17125
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 12 augustus 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft op 13 juni 2023 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [Geboortedatum]. Op 13 juni 2023 is eiser met hulp van IOM vertrokken naar Nigeria.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat geen sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De Nigeriaanse kliniek waar eiser na zijn uitzetting opgenomen dient te worden, heeft als voorwaarde voor de opname gesteld dat een familielid van eiser aanwezig dient te zijn. Eiser heeft een zus, maar zij is verhuisd naar Gambia. Deze omstandigheid kan niet voor rekening en risico van eiser komen. Er moet daarom worden vastgesteld dat eiser niet uitzetbaar is.
5. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 15 mei 2023 geoordeeld dat niet kon worden vastgesteld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Daarbij was van belang dat niet kon worden vastgesteld dat eiser volledig meewerkt aan zijn uitzetting. Uit de informatie die verweerder in het kader van het onderhavige beroep heeft overgelegd, waaronder het verslag van het vertrekgesprek van 6 juni 2023, volgt dat eiser in de te toetsen periode niet volledig heeft meewerkt aan zijn uitzetting. Gelet daarop is niet gebleken dat het zicht op uitzetting heeft ontbroken. De beroepsgrond slaagt niet.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Laatstelijk bij uitspraak van 15 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7203.