Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-15
ECLI:NL:RBDHA:2023:8710
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,341 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/2052
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 15 februari 2022 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2023.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam].
Overwegingen
1. Op 16 december 2021 om 16:20 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan het [adres] te [plaats]. Deze locatie is door de burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als een plaats waar op die datum en dat tijdstip slechts mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting.
2. Tijdens een controle op voormeld tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en geen geldige parkeervergunning was aangemeld. Naar aanleiding daarvan is aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd van € 67,30, bestaande uit € 2,00 aan parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffingsaanslag.
3. In zijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag heeft eiser opgenomen dat de parkeeractie op 16 december 2021 van 14:45 uur tot 15:58 uur was aangemeld via de parkeerapp van Parkmobile en dat deze door een systeemfout bij Parkmobile is afgemeld.
4. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag is afgewezen. In de bestreden is het volgende opgenomen:
“De door u genoemde omstandigheden geven geen aanleiding om de naheffingsaanslag te verminderen. Ik moet aan u meedelen dat parkeerbelasting naar een objectief karakter wordt geheven. Er wordt dus puur gekeken of op het moment van de naheffingsaanslag parkeerbelasting voor het geparkeerde kenteken is voldaan.”
5. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Tevens is in geschil of de bestreden uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd.
6. Volgens de Verordening parkeerbelasting 2021 van de gemeente Den Haag (de Verordening) kan de parkeerbelasting - gelet op onder meer de artikelen 1, 6 en 7, eerste lid van de Verordening - worden voldaan door de parkeerapparatuur bij aanvang van het parkeren in werking te stellen op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. Hieronder is begrepen het bij de aanvang van het parkeren telefonisch inloggen op de 'centrale computer' door middel van het gebruik van de Parkmobile-app. Eiser kon de parkeerbelasting dus voldoen door bij de aanvang van het parkeren zijn parkeeractie aan te melden via de Parkmobile-app, hetgeen hij ook heeft gedaan.
7. De bewijslast dat de parkeeractie door een systeemfout is afgemeld, rust op eiser. Hij dient aannemelijk te maken dat een dergelijke fout zich heeft voorgedaan. De enkele stelling daartoe is onvoldoende. Eiser heeft een schermprint van de Parkmobile-app overgelegd waaruit volgt dat hij op een andere datum op één en hetzelfde tijdstip met een kenteken stond aangemeld in verschillende parkeerzones. Hieruit volgt volgens eiser dat systeemfouten zich kunnen voordoen. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet eiser daarmee niet aan de op hem rustende bewijslast. Ervan uitgaande dat de dubbele aanmelding inderdaad het gevolg is geweest van een systeemfout bij Parkmobile, zegt dat niets over automatische afmelding ten gevolge van een systeemfout.
8. Uit de uitspraak op bezwaar blijkt voldoende duidelijk op welke gronden het bezwaar van eiser is afgewezen. Dat de in de uitspraak op bezwaar genoemde “omstandigheden” niet nader zijn gespecificeerd, doet daar niet aan af.
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het hoger beroepschrift ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).