Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-10
ECLI:NL:RBDHA:2023:7995
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,622 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1022
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
In het besluit van 1 september 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijf als familie- of gezinslid bij [zoon] buiten behandeling gesteld.
In het besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar dat eiseres heeft ingediend ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De partijen hebben, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, verklaard dat zij hiervan geen gebruik willen maken. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is gesloten.
Overwegingen
1. Eiseres heeft de Bulgaarse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1986. Eiseres heeft drie minderjarige kinderen waarvan twee de Nederlandse nationaliteit hebben en één de Bulgaarse nationaliteit heeft. Eiseres draagt ook de zorg voor een (minderjarig) pleegkind dat de Nederlandse nationaliteit heeft.
2. Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit (Vb). Bij besluit van 9 maart 2020 heeft verweerder het bezwaar tegen dat besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen laatstgenoemd
besluit. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.1 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep ongegrond verklaard.2
3. Vervolgens heeft eiseres op 25 februari 2022 de onderhavige aanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld wegens ontbrekende bewijsstukken en gegevens. Hieraan is het volgende voorafgegaan. Op 31 mei 2022 heeft verweerder gevraagd om:
4. een kopie van een geldig paspoort van eiseres en een kopie van het Nederlands paspoort van haar zoon [zoon] ;
5. een volledig ingevulde antecedentenverklaring;
6. uitleg en bewijsstukken over het familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar minderjarige Nederlandse kinderen. Verweerder heeft terzake nadere gerichte vragen aan eiseres gesteld;
7. eventuele bijzondere omstandigheden kenbaar te maken.
Eiseres heeft niet op de brief van 31 mei 2022 gereageerd. Op 20 juni 2022 heeft verweerder contact opgenomen met de gemachtigde van eiseres en bij brief van 21 juni 2022 acht weken uitstel verleend voor het aanleveren van de verzochte stukken en gegevens. Op 19 augustus 2022 heeft verweerder nogmaals contact opgenomen met de gemachtigde van eiseres omdat de verzochte bewijsstukken niet waren overgelegd. Eiseres heeft geen stukken of gegevens overgelegd.
4. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard omdat de aanvraag niet volledig is ingediend. Conform artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is eiseres (tweemaal) in de gelegenheid gesteld om alsnog de bescheiden over te leggen en te reageren op de gestelde vragen. In de bezwaarfase heeft eiseres de vereiste stukken ook niet aangeleverd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanvraag van eiseres daarom terecht buiten behandeling is gesteld. Er is volgens verweerder geen aanleiding om de aanvraag ambtshalve inhoudelijk te beoordelen.
5. Eiseres voert in beroep aan dat verweerder niet automatisch haar aanvraag buiten behandeling kan stellen enkel omdat zij niet op de door verweerder gestelde vragen heeft gereageerd. Verweerder had volgens eiseres een inhoudelijke beoordeling moeten toepassen op de reeds bekende informatie.
6. De rechtbank overweegt als volgt. De aanvraag van een vreemdeling moet voldoen aan de in het nationale recht neergelegde procedurele vereisten, ook indien die vreemdeling een beroep doet op artikel 8 van het EVRM. Artikel 4:5 van de Awb bevat dergelijke procedurele vereisten. De aanvraag van eiseres voldoet niet aan de vereisten. Verweerder heeft eiseres de gelegenheid gegeven om het verzuim te herstellen, maar dat heeft eiseres niet gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook het bezwaar kennelijk ongegrond mogen verklaren. Verweerder was niet gehouden om op de reeds bekende informatie inhoudelijk te beoordelen of de aanvraag van eiseres moest worden toegekend.3 Niet in de minste plaats omdat eiseres enkel bij haar aanvraag heeft gesteld dat
1. Uitspraak van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg van 28 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:6157.
2 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 12 november
2021, 202104259/ 1/ V2.
3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 19 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1288, r.o. 2.1.
zij voor de dagelijkse verzorging en opvoeding van haar minderjarige kinderen en pleegkind. Meer informatie dan dat heeft zij niet overgelegd.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 mei 2023
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.