Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-01
ECLI:NL:RBDHA:2023:7765
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
783 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2447
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
en
De Raad voor Rechtsbijstand.
Inleiding
1. Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaarschrift van 31 augustus 2021.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
3. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het bericht van verweerder van 19 augustus 2021. In dit bericht is door verweerder aan eiser medegedeeld dat er geen door eiser verzochte werkzaamheden zullen worden verricht, omdat het niet tot de werkzaamheden van verweerder behoort in het kader van de EU-richtlijn grensoverschrijdende geschillen.
4. De rechtbank overweegt dat verweerder aan de rechtszoekende die om verlening van rechtsbijstand vraagt voor een zaak in een andere lidstaat dan Nederland, rechtsbijstand verleent totdat de aanvraag om verlening van rechtsbijstand in overeenstemming met de richtlijnis ontvangen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak verder zal worden behandeld. In dit geval hebben de Spaanse autoriteiten de aanvraag om kosteloze rechtshulp in behandeling genomen en daarop beslist. Verweerder heeft vervolgens geen bevoegdheid om een beslissing te nemen over de manier waarop de Spaanse autoriteiten het verzoek hebben afgehandeld. Dit betekent dat de mededeling van een medewerker van verweerder dat er geen gevolg zal worden gegeven aan het verzoek van eiser om zorg te dragen voor een Spaanse vertaling van zijn bezwaarschrift, geen besluit is. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, staat daarom geen beroep open.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Richtlijn 2003/8/EG.
Artikel 23i, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand.