Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-24
ECLI:NL:RBDHA:2023:7617
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,319 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13281
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M. Lorier).
Procesverloop
Bij besluit van 1 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 9 mei 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 11 mei 2023 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft op 17 mei 2023 het onderzoek gesloten.
Bij brief van 23 mei 2023 heeft eiser een verzoek gedaan tot heropening van het onderzoek.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben.
Heropening onderzoek
2. De rechtbank gaat niet over tot heropening van het onderzoek, omdat het blijkens de brief feiten en omstandigheden zouden betreffen die zijn voorgevallen van na het sluiten van het onderzoek. Hier kan daarom in deze procedure geen rekening mee worden gehouden.
Maatregel van bewaring
3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een aanvraag voor een verblijfsvergunning, wegens een risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen. Als zware gronden staan in de maatregel vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
En als lichte gronden staat in de maatregel vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
4. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat de zware en lichte gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht, zodat deze aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd en de maatregel ook kunnen dragen.
Lichter middel
5. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast. De enkele opmerking dat eiser zijn asielaanvraag in vrijheid wenst af te wachten en bij het eerste contact met de autoriteiten zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt, leidt niet tot een andere conclusie. Eiser is staande gehouden, nadat hij bij Moerdijk heeft geprobeerd illegaal naar Engeland te reizen en heeft pas na zijn aanhouding een asielaanvraag ingediend. Dit heeft hij niet op eigen initiatief na binnenkomst in Nederland gedaan. Verweerder heeft daarnaast voldoende gemotiveerd dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken.
Ambtshalve toets
6. Voor het overige ziet de rechtbank ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond; en
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.
HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.