Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-31
ECLI:NL:RBDHA:2023:22338
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,025 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/637436 / HA ZA 22-915
Vonnis van 31 mei 2023
in de zaak van
[eiser]
, handelend onder de naam [handelsnaam] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. G.M.S. Heutinck-Gomes te Den Haag,
tegen
[gedaagde] AUTOBEDRIJF B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. P.T.F. Langerak te Alphen aan den Rijn.
Procesverloop
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 21 oktober 2022;
de akte overlegging producties met producties 1-14;
de conclusie van antwoord met producties 1-9;
het tussenvonnis van 8 maart 2023 waarin een mondelinge behandeling is bevolen;
de akte houdende aanvullende producties van [gedaagde] met producties 10-11;
de brief van de advocaat van [eiser] met producties 15 t/m 19;
de brief van de advocaat van [eiser] met productie 20;
de volgende door partijen ingediende stukken in reactie op verzoeken van de rechtbank ex artikel 22 lid 1 Rv:
o het aanvullend rapport van CED d.d. 5 augustus 2022;
o de foto's behorende bij het rapport van CED van 22 juni 2022; en
o de foto behorende bij productie 6 van de akte overlegging producties.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 april 2023. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht, heeft mr. Heutinck-Gomes spreekaantekeningen met daarin een eisvermeerdering overgelegd en voorgedragen en hebben partijen vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft zittingsaantekeningen gemaakt die zijn toegevoegd aan het griffiedossier.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Op 11 november 2021 heeft [eiser] een tweedehands auto gekocht van [gedaagde] . Het betrof een Bentley Flying Spur uit 2014 met een kilometerstand van 105.922. De aankoopsom bedroeg € 99.895. De aankoopsom is onder meer voldaan door inruiling van een gebruikte BMW van [eiser] voor een bedrag van € 45.945
2.2.
Op 15 december 2021 is de Bentley APK goedgekeurd.
2.3.
Op 18 december 2021 heeft [eiser] voor het eerst melding gemaakt van gebreken aan de Bentley. [gedaagde] heeft vervolgens herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Medio maart 2022 heeft [gedaagde] de Bentley aan [eiser] terugbezorgd.
2.4.
Bij brief van 29 maart 2022 heeft de voormalig gemachtigde van [eiser] , de heer [naam 1] van Achmea Rechtsbijstand, [gedaagde] ervan op de hoogte gesteld dat de Bentley nog steeds gebreken kent en [gedaagde] gesommeerd om de gebreken uiterlijk op 15 april 2022 te herstellen. Bij brief van de heer [naam 1] van 20 april 2022 is deze termijn verlengd tot 6 mei 2022.
2.5.
Bij e-mail van 26 april 2022 heeft de heer [gedaagde] namens [gedaagde] gereageerd op de brieven van de heer [naam 1] . Daarin heeft hij opgemerkt dat [gedaagde] de auto naar [bedrijfsnaam] , een Bentley-specialist (hierna: [bedrijfsnaam] ) heeft gebracht en dat, kort gezegd, zowel [gedaagde] als [bedrijfsnaam] van mening zijn dat de gebreken verholpen of niet-waarneembaar zijn. De factuur van [bedrijfsnaam] , waaruit de bevindingen van [bedrijfsnaam] blijken, is als bijlage bij de e-mail gevoegd.
2.6.
Bij e-mail van de heer [naam 1] van 29 april 2022 heeft de heer [naam 1] namens [eiser] aangekondigd voornemens te zijn een deskundige in te schakelen en [gedaagde] verzocht mee te denken met de selectie daarvan. In reactie daarop heeft [gedaagde] bij e-mail van 2 mei 2022 laten weten geen reden te zien tot medewerking aan het verzoek.
2.7.
Bij e-mail van 11 mei 2022 heeft de advocaat van [gedaagde] zich namens [gedaagde] op het standpunt gesteld dat een conforme auto is geleverd en aangeboden het gebrek ten aanzien van het motorlampje te verhelpen.
2.8.
Bij e-mail van 22 juni 2022 heeft de heer [naam 1] namens [eiser] de koopovereenkomst van 11 november 2021 (hierna: de overeenkomst) buitengerechtelijk vernietigd op grond van dwaling. Bijlage bij die brief is een rapport van 22 juni 2022 van CED techniek (hierna: CED), een door [eiser] ingeschakelde deskundige. Dit rapport bepaalt, voor zover relevant, als volgt:
"Gezien het vermoeden van schadeherstel heeft een collega met een lakdiktemeter de carrosserie opgemeten. Het bleek dat de auto rechtsachter schadeherstel heeft gehad. De rechterzijkant achter bleek hierbij, gezien de lakdikte van meer dan 236 um of dikker tot 830 um, duidelijk overgespoten. Hetgeen onze eerste visuele waarneming bevestigd.
SCHADE-OORZAAK EN CONCLUSIE
Naar aanleiding van ons technisch onderzoek zijn wij van mening dat de klachten van de cliënt ook door ons zijn waargenomen.
- Er zijn door ons bijgeluiden geconstateerd bij het remmen; schuren bij heel zacht remmen.
- Er zijn door ons bijgeluiden geconstateerd bij het veren van met name de voortrein op kleine oneffenheden; rammelend geluid alsof er jets los zit.
- Bij het verdraaien van het stuur zijn er krakende geluiden hoorbaar.
- Het motorstoringslampje brandt en dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door
een niet goed functionerende katalysator gezien de uitlezing.
- De speakers maken een krakend geluid.
- De rolgordijnen in het linker en rechter achterportier rollen niet goed op.
- Er zijn krakende geluiden en resonanties hoorbaar in het interieur, van interieurdelen.
- Bij vooruit en vervolgens achteruit rijden en andersom is er een klonk hoorbaar.
- De rechter achterzijkant van de Bentley heeft duidelijk schadeherstel gehad."
2.9.
Bij e-mail van 15 juli 2022 heeft de advocaat van [gedaagde] de mogelijkheid tot vernietiging van de overeenkomst betwist. Bijlage bij de e-mail van 15 juli 2022 betrof een e-mail van dezelfde dag van [bedrijfsnaam] aan [gedaagde] , waarin [bedrijfsnaam] het standpunt heeft ingenomen dat de door CED geconstateerde gebreken zijn gerepareerd of niet-waargenomen, althans een producteigenschap van de Bentley betreffen.
2.10.
Op 5 augustus 2022 heeft CED een aanvullend rapport uitgebracht, waarin zij heeft gereageerd op de e-mail van [bedrijfsnaam] van 15 juli 2022 en daarin, kort gezegd, opgemerkt dat vrijwel alle geconstateerde gebreken nog steeds waarneembaar zijn.
2.11.
Op 22 december 2022 is de Bentley APK afgekeurd.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert bij dagvaarding - samengevat - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. primair:
I. te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd;
II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(a) BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED;
subsidiair:
I. de koopovereenkomst te vernietigen op grond van dwaling dan wel bedrog;
II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(a) BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED;
Meer subsidiair:
I. de koopovereenkomst te ontbinden;
II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(a) BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED;
Primair, subsidiair en meer subsidiair:
I. De zonnebril van het merk Dita en/of (wandel)stok binnen een termijn van twee weken na datum van het wijzen van het vonnis in de onderhavige zaak af te geven aan [eiser] op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50 per dag met een maximumbedrag van € 900;
II. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
[eiser] legt hieraan het volgende ten grondslag. De primaire en subsidiaire vorderingen van [eiser] zijn erop gebaseerd dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Indien [eiser] had geweten dat de Bentley een schadeauto was, had hij de overeenkomst niet gesloten. [gedaagde] heeft [eiser] hierover niet geïnformeerd bij de koop van de auto en zelfs ontkennend geantwoord op de vraag van [eiser] of de auto een schadeauto was. [gedaagde] behoorde te weten van het schadeverleden van de auto en had [eiser] hierover moeten informeren. Meer subsidiair beroept [eiser] zich erop dat de Bentley non-conform is. De Bentley bezit niet de eigenschappen die hij mocht verwachten van een dergelijke auto. [eiser] is aldus bevoegd de overeenkomst te ontbinden.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten en nakosten van deze procedure.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Eisvermeerdering
4.1.
Ter zitting heeft [eiser] zijn eis vermeerderd. In het kader van de vorderingen op grond van dwaling vordert hij tevens een vergoeding van de kosten van de verzekering van de Bentley van in totaal € 874,88 en de wegenbelasting van in totaal € 1.928,04. In het kader van de vordering op grond van ontbinding vordert hij tevens een vergoeding van de kosten die hij heeft moeten betalen om een vervangende auto te kopen met dezelfde leaseconstructie van in totaal € 10.593,89.
4.2.
[gedaagde] heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen deze eisvermeerdering omdat deze tardief is. Voor zover de eisvermeerdering zou worden toegestaan, wenst [gedaagde] hierop bij akte te reageren.
4.3.
De rechtbank staat de eisvermeerdering toe, omdat deze naar haar oordeel niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Daarbij acht zij van belang dat [gedaagde] in haar conclusie van antwoord al gereageerd heeft op stellingen van [eiser] ter zake van de door [eiser] gemaakte kosten voor een vervangende auto (zie paragraaf 2.7 van de conclusie van antwoord) en hierover ook ter zitting een discussie heeft plaatsgevonden. In zoverre is [gedaagde] dus niet (onredelijk) in haar verdediging geschaad. Wel zal [gedaagde] de gelegenheid krijgen om zich in een akte hierover nog uit te laten, ook omdat de standpunten die [eiser] ter zitting heeft ingenomen over het vervangend vervoer afwijken van de standpunten die hij hierover in de dagvaarding had opgenomen en de vordering ter zake de verzekering en wegenbelasting nieuw zijn. De rechtbank verzoekt [gedaagde] haar reactie hierop te beperken tot 2 pagina's (lettergrootte ten minste 10, regelafstand ten minste 1 en normale marges).
Dwaling
4.4.
In het kader van de primaire en subsidiaire vorderingen van [eiser] ligt de vraag voor of [eiser] de overeenkomst heeft gesloten onder invloed van dwaling. Op grond van artikel 6:228 lid 1 BW is, voor zover hier van belang, een overeenkomst, die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar a) indien de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten of b) indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten.
4.5.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat de heer [naam 2] , verkoper werkzaam bij [gedaagde] (hierna: [naam 2] ), in reactie op een vraag van [eiser] naar het schadeverleden van de auto, aan [eiser] heeft medegedeeld dat de Bentley geen schadeauto is. [naam 2] heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij dit gezegd zou kunnen hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] hiermee de stelling van [eiser] dat sprake is geweest van een dergelijke mededeling van de zijde van [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd betwist, waardoor de rechtbank dit als vaststaand beschouwt. Hierdoor doet zich de situatie voor als genoemd in artikel 6:228 lid 1 sub a BW.
4.6.
De vervolgvraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [gedaagde] , met het verstrekken van de mededeling dat de auto geen schadeauto is, een onjuiste voorstelling van zaken aan [eiser] heeft gegeven. Partijen verschillen hierover van mening.
4.7.
Volgens [eiser] is een onjuiste voorstelling van zaken gegeven, omdat de auto een schadeauto is. Dat de auto een schadeauto is blijkt volgens [eiser] en zijn deskundige CED uit het schadeherstel dat heeft plaatsgevonden aan het rechterachterportier en rechterachterscherm van de auto. Dit schadeherstel is zowel visueel waarneembaar (plaatdelen sluiten niet goed op elkaar aan, er zijn sporen van afplakken zichtbaar en het rechterachterportier en rechterachterscherm zijn zichtbaar overgespoten) als ook meetbaar (de lakdikte aan de rechterachterkant is meer dan 236 µm, op sommige delen tot 830 µm). Uit dit schadeherstel is af te leiden dat de auto in het verleden een botsing heeft gemaakt, aldus [eiser] .
4.8.
[gedaagde] betwist dat een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven omdat de Bentley geen schadeauto is. Een klein verschil in lakdikte maakt niet dat de auto een schadeauto is. Dit kan gebeuren als er bijvoorbeeld een keer een kleine kras in de deur is gekomen en dat bij een garage is verholpen, door te lakken of te spuiten. De auto staat ook niet als schadeauto geregistreerd, aldus steeds [gedaagde] .
4.9.
De rechtbank begrijpt de discussie tussen partijen over de vraag of de Bentley een schadeauto is zo dat zij verschillen van mening over de omvang van de schade die in het verleden aan de auto is aangebracht en waarvan nadien herstel heeft plaatsgevonden. Volgens [eiser] heeft de auto aanzienlijke of zeer aanzienlijke schade geleden (als gevolg van een aanrijding of anderszins); volgens [gedaagde] is dit niet het geval en betrof het slechts schade van een geringe of zeer geringe omvang (het lakken of spuiten van een kleine kras).
4.10.
Voor de beantwoording van vragen over de omvang van de schade die in het verleden aan de auto is aangebracht heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige, omdat zij zelf niet deskundig is op dit gebied en de deskundigenberichten van partijen hierover geen uitsluitsel bieden.
Ontbinding
4.11.
[eiser] heeft aan zijn beroep op ontbinding ten grondslag gelegd dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door een non-conforme auto te leveren. Volgens [eiser] is sprake van een non-conforme auto omdat de auto verscheidene gebreken kent, die hij kort na de koop van de overeenkomst heeft ontdekt. Ook op dit moment kleven er nog gebreken aan de auto, zoals die blijken uit het rapport van deskundige CED van 22 juni 2022. Volgens CED had [eiser] deze gebreken niet mogen verwachten van een dergelijk kwalitatief hoogwaardige auto, met die leeftijd en kilometerstand.
4.12.
[gedaagde] betwist dat de door CED geconstateerde gebreken op dit moment nog aan de auto kleven. Volgens [gedaagde] en haar deskundige [bedrijfsnaam] zijn de gebreken verholpen of niet-waarneembaar. Voor zover er nog wel gebreken kleven aan de auto betreffen dit gebreken die [eiser] bij de koop had moeten verwachten, aangezien de Bentley een tweedehands auto betreft van een aanzienlijke leeftijd met een hoge kilometerstand.
4.13.
De rechtbank constateert dat de deskundigen van partijen ieder een andere mening zijn toegedaan over de vraag of de auto gebreken bezit en of dit gebreken zijn die [eiser] mocht verwachten van dit type auto. Omdat de rechtbank zelf niet deskundig is op dit gebied heeft zij ook op dit onderwerp behoefte aan voorlichting door een deskundige.
Benoeming deskundige
4.14.
Voordat de rechtbank tot de benoeming van een deskundige zal overgaan, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen, op de wijze zoals hierna omschreven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Identiteit deskundige
4.15.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen.
Dictum
De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 28 juni 2023 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over de identiteit van de te benoemen deskundige en de door de rechtbank voorgestelde vragen aan de deskundige,
5.2.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte, voor zover die ziet op de identiteit van de te benoemen deskundige, moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij hieromtrent,
5.3.
bepaalt dat [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om in de in 5.1 genoemde akte te reageren op de eisvermeerdering van [eiser] op de wijze zoals in dit tussenvonnis omschreven;
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2023.