Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-14
ECLI:NL:RBDHA:2023:21843
Bestuursrecht
Wraking
794 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.J.P. Bosman,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 november 2023.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 23/4214 tussen verzoeker en de directie van de RDW (hierna: de hoofdzaak). Verzoeker heeft in de hoofdzaak beroep ingesteld tegen een besluit van de directie van de RDW. Omdat het griffierecht in de hoofdzaak door verzoeker niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is, is het beroep van verzoeker bij beslissing van 13 oktober 2023 door de rechter niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft vervolgens de rechter gewraakt.
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.3.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.