Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:21260
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,591 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20819
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. K.A. van Iwaarden).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het uitvaardigen van een terugkeerbesluit.
1.1.
Met het besluit van 7 februari 2023 heeft verweerder eisers verblijfsvergunning met als doel ‘studie’ ingetrokken en heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Met het bestreden besluit van 21 juni 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de intrekking van eisers verblijfsvergunning en het opleggen van het terugkeerbesluit gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift op 8 augustus 2023. Op 18 december 2023 heeft verweerder een tweede verweerschrift ingediend.
2. De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde waren hierbij, met voorafgaande mededeling, niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is op 8 juni 2021 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning met als doel ‘studie’. Per 1 mei 2022 heeft verweerder deze vergunning ingetrokken, omdat gebleken is dat eiser gestopt is met zijn studie. Verweerder heeft daarbij tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd, omdat hij verblijfsrecht meer heeft in Nederland. Eiser moet de Europese Unie verlaten en terugkeren naar Bangladesh. Vanwege het terugkeerbesluit heeft verweerder eiser gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem (hierna: SIS).
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser heeft in beroep aangevoerd geen bezwaar meer te hebben tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning, nu hij niet langer in Nederland woont. Hij is verhuisd naar Portugal waar hij inmiddels werk heeft gevonden. Eisers beroep richt zich tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering. Ten tijde van het bestreden besluit woonde eiser al in Portugal. Omdat hij niet in Nederland was, kon verweerder hem geen terugkeerbesluit opleggen. Het terugkeerbesluit en de signalering in het SIS zijn daarom onrechtmatig. Daarbij is de registratie van het terugkeerbesluit in het SIS op zichzelf ook onrechtmatig, omdat hiertoe geen bevoegdheid bestaat op grond van de Verordening 2018/1861.
Wat vindt verweerder in beroep?
5. In het verweerschrift van 8 augustus 2023 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het voor het nemen van het terugkeerbesluit niet van belang is of eiser op dat moment in Nederland verbleef. In het verweerschrift van 18 december 2023 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat hij er op het moment van het terugkeerbesluit vanuit kon gaan dat eiser zich in Nederland bevond. Eiser heeft namelijk in de zienswijze en in de gronden van bezwaar niet laten weten dat hij vertrokken was naar Portugal. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder verduidelijkt dat hij het standpunt uit het eerste verweerschrift laat vallen en het standpunt uit het tweede verweerschrift hiervoor in de plaats komt. Tot slot stelt verweerder dat de bevoegdheid om het terugkeerbesluit te registreren in het SIS niet is gebaseerd op de Verordening 2018/1861 maar op artikel 3 van de Verordening 2018/1860.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Mocht verweerder een terugkeerbesluit opleggen aan eiser?
6. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Verweerder mocht er vanuit gaan dat eiser in Nederland was ten tijde van het nemen van het terugkeerbesluit op 7 februari 2023. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter blijkt namelijk dat de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit moet worden beoordeeld naar de feiten die ten tijde van het nemen van dat besluit bekend waren of redelijkerwijs bekend behoorden te zijn. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat bij hem niet bekend was of redelijkerwijs bekend behoorde te zijn dat eiser vertrokken was naar Portugal. Eiser heeft namelijk in de zienswijze van 13 januari 2023 en in de gronden van bezwaar van 20 maart 2023 niet aangegeven dat hij Nederland heeft verlaten. In de gronden van bezwaar heeft eiser er zelfs nog op gewezen dat hij zijn leven geheel naar Nederland heeft verplaatst.
Mocht verweerder het terugkeerbesluit registreren in SIS?
7. De rechtbank overweegt dat in artikel 3, eerste lid van de Verordening 2018/1860 de verplichting van lidstaten staat om een vreemdeling te signaleren in het SIS omdat een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd. Verweerder was dus ook in het geval van eiser verplicht om het terugkeerbesluit te registreren.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het terugkeerbesluit en de signalering daarvan in SIS blijven bestaan. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1346, r.o. 5.