Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:20917
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
979 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17543
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.G.J.M. Lucassen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. H. Toonders).
Procesverloop
In het besluit van 15 juni 2023 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak buiten hun aanwezigheid op zitting af te doen.
Beoordeling
1. Wanneer tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen als verzoeker daarom vraagt. Dit kan alleen als er sprake is van onmiddellijke spoed. Dit betekent dat de beslissing op het bezwaar absoluut niet kan worden afgewacht. Om dit te beoordelen moet de voorzieningenrechter de belangen van verzoeker afwegen tegen de belangen van verweerder.¹
2. Verweerder heeft in de brief van 15 september 2023 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening.
3. Omdat partijen het er over eens zijn dat verzoeker voorlopig niet moet worden uitgezet, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe. De
1. Dit volgt uit artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
voorzieningenrechter verbiedt verweerder om verzoeker uit te zetten, totdat verweerder de beslissing op bezwaar aan verzoeker heeft bekend gemaakt.
4. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 837,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 837,-.
5. Als aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder deze vergoeding betalen aan de gemachtigde.
6. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet verweerder het griffierecht van € 184,- aan verzoeker vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
verbiedt verweerder om verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat verweerder de beslissing op bezwaar aan verzoeker heeft bekend gemaakt;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- aan verzoeker moet vergoeden;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 oktober 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.