Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:20769
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,025 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2023:20769 text/xml public 2026-01-29T10:20:27 2024-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2023-12-27 NL23.27528 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:3658, Bekrachtiging/bevestiging Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:20769 text/html public 2024-01-02T09:46:59 2024-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2023:20769 Rechtbank Den Haag , 27-12-2023 / NL23.27528 Asiel, richtlijn tijdelijke bescherming, informatieplicht, aanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld, beroep gegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.27528 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , eiser v-nummer: [V-nr.] (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Zuithoff). Procesverloop Bij besluit van 29 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 14 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Op 15 juli 2022 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland. Aan eiser is tijdelijke bescherming verleend op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming, omdat hij als derdelander in Oekraïne verbleef met een tijdelijke verblijfsvergunning. Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft verweerder meegedeeld dat eisers recht op deze tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt. 2. Op 27 mei 2023 heeft verweerder aan eiser een brief verstuurd met het verzoek om verweerder zo snel mogelijk te laten weten of hij zijn asielaanvraag wil doorzetten. Verweerder heeft eiser verzocht in dat geval een vragenformulier getiteld ‘Questionnaire asylum application’ in te vullen. Eiser heeft op deze brief niet gereageerd. Verweerder heeft op 12 juli 2023 een voornemen verzonden waarin aan eiser is verzocht om binnen twee weken te laten weten of hij de asielprocedure wenst te doorlopen en om het vragenformulier alsnog in te vullen. Verweerder heeft daarbij vermeld dat de informatie waar verweerder om verzoekt van wezenlijk belang is voor de behandeling van de asielaanvraag en dat de aanvraag buiten behandeling zal worden gesteld als eiser niet reageert. Eiser heeft op 26 juli 2023 aan verweerder laten weten dat hij nog in beraad is over zijn asielaanvraag en verweerder verzocht de verdere besluitvorming op zijn asielaanvraag aan te houden. Omdat eiser geen zienswijze heeft ingediend tegen het voornemen van 12 juli 2023, heeft verweerder de asielaanvraag bij het bestreden besluit buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. 3. Eiser voert daartegen aan dat zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling is gesteld, omdat in zijn geval geen sprake is van één van de situaties zoals genoemd in artikel 30c, eerste lid, van de Vw. Eisers asielaanvraag kan niet buiten behandeling worden gesteld zolang hij nog bescherming geniet op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Eiser heeft inmiddels kenbaar gemaakt dat hij wel degelijk prijs stelt op de behandeling van zijn asielaanvraag. Tot slot verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 november 2023. De rechtbank oordeelt als volgt. Juridisch kader 4. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw kan een asielaanvraag buiten behandeling worden gesteld in de zin van artikel 28 van de Procedurerichtlijn, indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. 5. Op grond van artikel 3.45b, eerste lid, van het VV kan de asielaanvraag buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Vw, indien de vreemdeling twee keer heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, van de Vw. 6. Volgens het beleid van verweerder in paragraaf C2/8 van de Vc kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling worden gesteld indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, van de Vw. Beoordeling 7. De rechtbank constateert allereerst dat verweerder kennelijk een onderscheid heeft aangebracht tussen asielaanvragen die zijn ingediend door derdelanders uit Oekraïne aan wie tijdelijke bescherming is verleend op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en overige asielaanvragen. Anders dan bij de overige asielaanvragen, wordt aan de derdelanders uit Oekraïne gevraagd of zij hun asielaanvraag willen doorzetten en om, bij een bevestigend antwoord op die vraag, een ingevuld vragenformulier aan verweerder toe te zenden. Daarmee heeft verweerder een extra stap aan de asielprocedure toegevoegd voor deze categorie asielaanvragers, waarbij geldt dat het niet (tijdig) verstrekken van de verzochte informatie ertoe leidt dat verweerder de asielaanvraag op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw buiten behandeling stelt. 8. Dit roept de vraag op waarop dit onderscheid is gebaseerd en, meer in het bijzonder, of het onderscheid ook gerechtvaardigd is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat onder een aanvraag wordt verstaan, een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. Reeds daarom valt niet in te zien waarom een asielzoeker die, zoals eiser, al een aanvraag heeft ingediend, eerst opnieuw (schriftelijk) zou moeten bevestigen dat hij daar een beslissing op verlangt, alvorens een beoordeling van zijn gestelde materiële aanspraken door verweerder te kunnen verkrijgen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bij derdelanders uit Oekraïne gaat om een speciale groep mensen die allemaal asiel hebben aangevraagd terwijl dat wellicht niet nodig was, en heeft om die reden voor deze werkwijze is gekozen. De rechtbank is ermee bekend dat als gevolg van de wijze waarop Nederland de Richtlijn tijdelijke bescherming heeft geïmplementeerd, derdelanders uit Oekraïne een asielaanvraag hebben moeten indienen om voor tijdelijke bescherming in aanmerking te komen. Dat verweerder bij deze groep asielzoekers nagaat of zij daadwerkelijk de asielprocedure willen doorlopen, is daarom tot op zekere hoogte begrijpelijk. Dat rechtvaardigt echter nog niet dat verweerder, in het geval tijdige bevestiging uitblijft, concludeert dat de aanvraag om die reden buiten behandeling moet worden gesteld. Dit betekent dat een deugdelijke motivering voor het door verweerder aangebrachte onderscheid ontbreekt. Het bestreden besluit kan reeds hierom niet in stand blijven. 9. De rechtbank is bovendien met eiser van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarbij eiser heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. Zoals blijkt uit artikel 3.45b, eerste lid, van het VV en paragraaf C2/8 van de Vc, moet het hierbij immers gaan om informatie over de elementen ter staving van de aanvraag. Zowel de vraag of eiser de asielprocedure wil doorlopen, als de verdere vragen op het vragenformulier betreffen echter geen verzoeken om informatie over elementen ter staving van de aanvraag. Zo wordt er in het vragenformulier onder meer gevraagd of eiser al een advocaat heeft en of er tijdens het gehoor rekening moet worden gehouden met medische omstandigheden. Opgemerkt wordt dat in het vragenformulier weliswaar ook wordt gevraagd naar de reden van de asielaanvraag, maar dat daarbij is vermeld dat die vraag niet beantwoord hoeft te worden.