Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-29
ECLI:NL:RBDHA:2023:20740
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
745 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38421
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
geboren op [geboortedatum],
van Servische nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. M. Verzijden).
Procesverloop
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit het beroep, op 28 december 2023 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op 20 december 2023 heeft de staatssecretaris, onder verwijzing naar een bijlage van het COA, bericht dat eiseres op 15 december 2023 zelfstandig haar woonruimte heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. Ter zitting heeft de staatssecretaris de rechtbank desgevraagd meegedeeld dat eiseres zich tot op heden niet meer heeft gemeld.
3. De gemachtigde van eiseres heeft bij schrijven van 21 december 2023 de rechtbank meegedeeld dat hij na 15 december 2023 geen contact meer heeft gehad met eiseres. Uit zijn schrijven blijkt verder dat een door de gemachtigde verzonden brief aan eiseres retour is gekomen, de gemachtigde niet beschikt over contactgegevens van eiseres en eiseres hem evenmin heeft benaderd dan wel ingelicht wat haar huidige verblijfplaats is. De gemachtigde heeft bij brief van 28 december 2023 aangegeven dat deze situatie ongewijzigd is gebleven.
4. Onder de onder 2 en 3 genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van haar beroep tegen het bestreden besluit, zodat er geen procesbelang meer bestaat bij het voortduren van de onderhavige procedure.
5. Vanwege het ontvallen van procesbelang gedurende deze beroepsprocedure, is het beroep niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2023 door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
NL23.38422