Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-28
ECLI:NL:RBDHA:2023:20711
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
750 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/14307
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2023 in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), het COa,
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2023 (het plaatsingsbesluit) heeft het COa besloten op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 november 2023 besloten om aan verzoeker de vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 op te leggen.
Verzoeker heeft tegen het plaatsingsbesluit (AWB 23/14305) en de vrijheidsbeperkende maatregel (NL23.38234) beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 27 december 2023 zijn de beroepen in de zaken AWB 23/14305 en NL23.38234 gegrond verklaard.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien het beroep met zaaknummer AWB 23/14305 bij uitspraak van 27 december 2023 gegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek om het treffen van voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspaak De voorzieningenrechter is verhinderd
te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.