Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-15
ECLI:NL:RBDHA:2023:20296
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Proceskostenveroordeling
942 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.21178
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
1. In het besluit van 26 juni 2023 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker van 7 februari 2023 voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
1.2.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Het verzoek zou op 7 december 2023 op zitting worden behandeld. Echter hebben partijen de voorzieningenrechter op voorhand toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen. De rechtbank heeft daarom het onderzoek op 6 december 2023 gesloten.
Beoordeling
2. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.1
3. Bij brief van 28 november 2023 heeft de staatssecretaris medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van wat in het verzoekschrift is verzocht.
4. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoeker in deze fase behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de voorzieningenrechter de staatssecretaris om verzoeker uit te zetten tot vier weken nadat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt.
1. Artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoedt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1).
6. Het verzoek van eiser tot vrijstelling van het griffierecht wordt toegewezen. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij het griffierecht niet kan betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
schorst het primaire besluit en verbiedt de staatssecretaris verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 december 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.