Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:20157
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,747 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/586
uitspraak van de meervoudige militaire ambtenarenkamer van 21 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.F.W. Schalkwijk),
en
de minister van Defensie, verweerder
(gemachtigde: mr. B. Rikhof).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de het besluit om eiser te ontslaan wegens wangedrag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
1.1.
Verweerder heeft eiser per 1 juli 2021 ontslagen. Met het bestreden besluit van
13 december 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij het ontslag gebleven.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser was militair bij de marine en in 2021geplaatst op Curaçao. Op 2 april 2021 is eiser door de politie op Curaçao staande gehouden en is bij hem een speeksel en ademtest afgenomen. Na de testuitslag is eiser als verdachte van rijden onder invloed aangehouden en is bij hem bloed en urine voor onderzoek afgenomen. Naar aanleiding van de aanhouding is een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Daarin is eisers telefoon uitgelezen. Op 17 april 2021 is eiser opnieuw staande gehouden en is bij hem opnieuw een speeksel- en ademtest afgenomen. In mei 2021 zijn door de Koninklijke Marechaussee (KMar) een aantal getuigen gehoord die verklaringen over onder andere eisers (hard)drugsgebruik afgelegd hebben.
Op 4 mei 2021 heeft verweerder aan eiser het voornemen van ontslag kenbaar gemaakt.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Verweerder vindt dat voldoende vaststaat dat eiser zich schuldig gemaakt heeft aan het gebruik van harddrugs dan wel het zich op enigerlei wijze inlaten met harddrugs. Dat is in strijd met het drugsbeleid. Verweerder baseert zijn standpunt op de uitslagen van de drugstesten, de whatsappgesprekken en de aanvullende informatie van de KMar over eisers drugsgebruik in onderlinge samenhang. Onaannemelijk is dat sprake zou zijn van vals positieve uitslagen van de drugstesten en bij de whatsappgesprekken sprake is van grootspraak. Het ontslag is evenredig aan de ernst van het wangedrag. Het belang van verweerder bij het verlenen van het ontslag weegt zwaarder dan eisers persoonlijke belang bij voortzetting van zijn dienstverband.
In het bestreden besluit is de motivering aangevuld en wordt gesteld dat de verklaringen waar eiser zich op beroept niet aantonen dat eiser geen drugs gebruikt heeft. Omdat naast de testuitslagen ook de informatie van eisers telefoon duidt op drugsgebruik heeft verweerder de overtuiging gekregen dat eiser zich heeft ingelaten met harddrugs. De getuigenverklaringen die tegenover de KMar zijn afgelegd over eisers drugsgebruik legt verweerder niet langer ten grondslag aan zijn besluit..
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser bestrijdt dat hij harddrugs zou hebben gebruikt dan wel dat hij zich daarmee zou hebben ingelaten. Twee expertiseberichten van dr. D. de Boer geven kortgezegd aan dat de testresultaten onbetrouwbaar zijn. Eiser stelt verder dat ook drs. L.A. Arrendell, forensisch toxicoloog bij het Analytisch Diagnostisch Centrum (ADC) op Curaçao, in het rapport van 9 april 2021 en de toelichting van 14 mei 2021 aangaf dat de kans bestaat op een vals positief resultaat. Er is niet voldaan aan de maatstaf van de hoogste bestuursrechter dat sprake moet zijn van feiten die niet voor gerede twijfel vatbaar zijn. Verder geeft eiser context bij een aantal van de door verweerder aangehaalde whatsapp gesprekken. Er is sprake van grappenmakerij, grootspraak en zwarte humor.
Tot slot heeft verweerder, ondanks herhaalde verzoeken, nagelaten om in de bezwaarfase het volledige dossier over te leggen. Tijdens de hoorzitting werd duidelijk dat eiser nog steeds stukken miste. Eiser heeft zich hierdoor niet volledig kunnen verweren waardoor het bezwaar gegrond had moeten worden verklaard. En anders zouden de na de hoorzitting nagezonden stukken buiten beschouwing gelaten moeten worden.
Wat zijn de regels?
5. Op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement kan aan de militair ontslag worden verleend wegens wangedrag in de dienst, dan wel buiten de dienst voor zover dit gedrag schadelijk is of kan zijn voor zijn dienstvervulling of niet in overeenstemming is met het aanzien van zijn ambt.
Binnen Defensie wordt uitvoering gegeven aan het drugsbeleid zoals opgenomen in de Aanwijzing. Dit drugsbeleid houdt onder meer in dat een militair die binnen of buiten het grondgebied van Nederland harddrugs bereidt, bewerkt, verwerkt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of zich daar op enigerlei wijze mee inlaat of harddrugs aanwezig heeft (ongeacht de hoeveelheid) als hoofdregel voor ontslag wordt voorgedragen. Het ontslag wordt verleend wegens wangedrag of verregaande nalatigheid van zijn plichten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. Volgens vaste rechtspraak gelden in het ambtenarentuchtrecht niet de zeer strikte bewijsregels die in het strafrecht van toepassing zijn. Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven, is wel noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Deze rechtspraak is ook van toepassing op wangedrag.
Voorts dient het plichtsverzuim de ambtenaar zijn toe te rekenen en dient de opgelegde straf evenredig te zijn aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Het voorgaande geldt niet alleen voor plichtsverzuim maar ook voor wangedrag.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich bij het verkrijgen van zijn overtuiging dat eiser zich heeft ingelaten met harddrugs heeft gebaseerd op voldoende deugdelijk vastgestelde gegevens.
Ten eerste heeft verweerder terecht uit de whatsappberichten, foto’s en het geluidsfragment die op eisers telefoon zijn aangetroffen afgeleid dat eiser zich heeft ingelaten met harddrugs. Zoals verweerder heeft overwogen laten de whatsappberichten zien dat eiser meerdere malen en aan verschillende personen naar zijn harddrugsgebruik verwijst. De rechtbank is van oordeel dat de whatsappgesprekken zodanig specifiek zijn dat enkel grootspraak of (zwarte) humor onaannemelijk is. Aan dit oordeel kunnen de verklaringen van verschillende kennissen die eiser heeft overgelegd niet afdoen Ook de toelichting van eiser op verschillende whatsappgesprekken in de gronden van beroep overtuigt niet van eisers stelling dat de opmerkingen alleen als grootspraak of (zwarte) humor bedoeld waren.
Daarnaast acht de rechtbank de uitkomsten van de bij eiser op 2 april 2021 afgenomen drugstest voor rijden onder invloed van belang. Uit de brief van de Kmar van 16 april 2021 volgt dat de op 2 april 2021 bij eiser afgenomen speekseltest positief voor cocaïne was. Er volgt ook uit dat er 36 ng/ml benzoylecgonine (afbraakproduct van cocaïne) in het bloed is aangetroffen en 49 ng/ml van datzelfde product in de urine. Verder blijkt uit het rapport van het bloed- en urineonderzoek van 9 april 2021 van het ADC dat in het op 2 april 2021 afgenomen bloed- en urinemonster sporen van benzoylecgonine zijn aangetroffen. Uit het rapport en de toelichting van 14 mei 2021 van drs. L.A. Arendell (toxicoloog) volgt dat de testresultaten slechts een zeer geringe hoeveelheid van het afbraakproduct van cocaïne laten zien die beneden de normen voor rijden onder invloed liggen zodat aan de hand van deze uitslagen niet kan worden gesteld dat eiser op 2 april 2021 onder invloed was van cocaïne. Eiser is vanwege deze uitslag niet vervolgd voor rijden onder invloed. Dit neemt niet weg dat de geringe sporen van het afbraakproduct in het volbloed/serummonster en het urinemonster zijn aangetroffen. Arendell en de door eiser ingeschakelde dr. D. de Boer geven aan dat zonder nader onderzoek niet is uitgesloten dat er sprake is van een vals positieve uitslag. De rechtbank stelt echter vast dat een aantal van de hiervoor genoemde whatsapp gesprekken over het gebruik van cocaïne gevoerd zijn vlak voor de aanhouding van eiser op 2 april 2021. Dat past in het tijdbestek waarin eiser drugs kan hebben gebruikt en het moment waarop eiser positief testte en de geringe sporen in zijn bloed en urine aanwezig waren.
Conclusie
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het ontslag in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzitter, en mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, lid en kolonel mr. F.A. Kooloos, militair lid, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2023.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de Aanwijzing SG A/925 van 28 maart 2007 (de Aanwijzing).
Zie onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1997
Zie onder meer de uitspraak van de CRvB van 3 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3053
Ingevolge artikel 7 van de Wet ambtenaren defensie. Zie ook uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 september 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1747