Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2023:19988
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
944 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31783
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
2. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiseres heeft op 30 mei 2022 een asielaanvraag ingediend. In het besluit van 23 november 2022 heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat België daarvoor verantwoordelijk was. Op 31 januari 2023 heeft verweerder echter meegedeeld dat eiseres niet tijdig kon worden overgedragen aan België en dat haar asielprocedure daarmee beëindigd was. Op 8 februari 2023 heeft eiseres opnieuw asiel aangevraagd.
4. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat 30 mei 2022 nog steeds als start van de beslistermijn geldt. De eerdere asielprocedure van eiseres is immers geëindigd en zij heeft op 8 februari 2023 een nieuwe asielaanvraag ingediend. Het beroep van eiseres op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 7 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10047, maakt dat niet anders, aangezien deze uitspraak gaat over de ingangsdatum van de te verlenen asielvergunning en niet over de start van de beslistermijn.
5. Eiseres heeft op 8 februari 2023 een asielaanvraag ingediend. Aanvankelijk bedroeg de beslistermijn op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 (Stcrt. 2023, 3235) de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiseres op 8 mei 2024 zal eindigen.
6. Dit betekent dat op het moment van de ingebrekestelling, die bij verweerder is ingediend op 20 september 2023, de beslistermijn nog niet was verstreken. Deze ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb is niet voldaan. Daarom is het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.