Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-11
ECLI:NL:RBDHA:2023:19878
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,339 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31251
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 2 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 19 mei 2022.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 19 mei 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiseres eindigen op 19 november 2022. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
3. Voor eiseres betekent de verlenging van de beslistermijn dat deze op 19 augustus 2023 is geëindigd. Op 31 augustus 2023 heeft zij een ingebrekestelling verstuurd. Daarna zijn er meer dan twee weken verstreken voordat het beroep is ingesteld. Het beroep is kennelijk gegrond.
4. Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb bepalen dat de staatssecretaris alsnog een besluit bekend dient te maken op de asielaanvraag van eiseres. Uit het dossier blijkt dat eiseres is gehoord en dat er onderzoek is gedaan. Hoewel er sprake is van bijzondere omstandigheden, omdat er achterstanden zijn in de behandeling van asielaanvragen, houdt de rechtbank er ook rekening mee dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid van de Procedurerichtlijn, dreigt te worden overschreden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag te beslissen, maar uiterlijk binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
5. Met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden door de staatssecretaris. Daarbij geldt een maximum van € 7.500.
6. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 0,5).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
draagt de staatssecretaris op om binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
bepaalt dat de staatssecretaris aan eiseres een dwangsom van € 100 (honderd euro) moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500 (zevenduizendvijfhonderd euro);
veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.
ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697 en ECLI:NL:RBDHA:2023:3701.
Vreemdelingenwet 2000.