Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-05
ECLI:NL:RBDHA:2023:19308
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
855 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30970
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten aanzien van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit verband allereerst naar een aantal uitspraken van de Afdeling. Uit het arrest Ibrahim volgt dat de drempel voor een beroep op artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM bijzonder hoog is. Eiser is er niet in geslaagd om deze hoge drempel te halen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een toestand van zeer verregaande deprivatie, waardoor hij niet kan voorzien in zijn belangrijkste basisbehoeften. Voordat eiser internationale bescherming heeft gekregen in Bulgarije, heeft hij daar problemen gehad. Hier heeft hij ook uitgebreid over verklaard. Na het verkrijgen van internationale bescherming heeft eiser echter nog opvang gehad. Verder had eiser de mogelijkheid om werk te zoeken en een uitkering aan te vragen. Uit de verklaringen van eiser blijkt echter niet dat hij serieuze inspanningen heeft verricht om zich in Bulgarije te vestigen en zijn rechten daar te effectueren. Onder die omstandigheden wordt eiser niet gevolgd in zijn stelling dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Bulgarije.
2. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitspraken van 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3965, ECLI:NL:RVS:2023:3966, ECLI:NL:RVS:2023:3967 en ECLI:NL:RVS:2023:3968.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:219.
Handvest van de grondenrechten van de Europese Unie.
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.