Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-30
ECLI:NL:RBDHA:2023:18622
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,054 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31048
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. K. Jansen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 29 september 2023 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Het besluit bevat ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, samen met NL23.31049, op 25 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling
2. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. Hij heeft op 19 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij heeft ruzie gekregen met de drie kinderen van de nieuwe vrouw van zijn vader en is door hen mishandeld. Eiser kon nergens meer naartoe en heeft daarom Tunesië verlaten.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Ruzie met de kinderen van de nieuwe vrouw van uw vader.
4. De staatssecretaris stelt zich hierover op het standpunt dat de relevante elementen geloofwaardig worden geacht. Tunesië kan in het algemeen gezien worden als veilig land van herkomst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval anders is.
Is Tunesië in zijn algemeenheid een veilig land van herkomst?
5. Eiser betoogt dat uit nieuwsberichten (verder niet genoemd) volgt dat de democratische rechtsstaat in Tunesië verder wordt ontmanteld. De Grondwet is herschreven waardoor de president per decreet kan regeren, het parlement is in juli 2021 buitenspel gezet en de oppositieleider Rached Ghannouchi is op 17 april 2023 gearresteerd.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat Tunesië in zijn algemeenheid kan worden aangemerkt als een veilig land van herkomst. Dit volgt namelijk uit de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 11 oktober 2016, staat vermeld in Bijlage 13 van het Voorschrift Vreemdelingen en volgt uit de herbeoordeling van 11 juni 2018, 30 september 2020 en 6 mei 2021. Hetgeen eiser aanvoert, zonder nadere onderbouwing, maakt het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank niet anders. De beroepsgrond slaagt niet. De beroepsgrond slaagt niet.
Is Tunesië voor eiser een veilig land van herkomst?
6. Eiser betoogt verder dat Tunesië voor hem persoonlijk geen veilig land van herkomst is. Hij voert daartoe aan dat hij voor zijn problemen in Tunesië meermaals zwaar is mishandeld. Het laatste jaar voor vertrek laat zien dat eiser in een situatie van materiële deprivatie terecht is gekomen. Eiser zijn huis is onrechtmatig afgenomen. Hij leefde op straat en hij had geen financiële middelen om eten te kunnen kopen. Voor de ondervonden problemen kon hij geen bescherming krijgen van de Tunesische autoriteiten, want het politieapparaat functioneert niet
6.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat, zoals onder 5.1 overwogen, Tunesië is aangewezen als veilig land van herkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (de Afdeling) heeft overwogen dat de aanwijzing van een veilig land van herkomst betekent dat een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit dat land geen internationale bescherming nodig hebben en dat de (nationale) autoriteiten effectieve bescherming bieden. Het is dan aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat de autoriteiten hem geen bescherming kunnen bieden. In een recente herbeoordeling van Tunesië als veilig land van herkomst zijn personen die met strafrechtelijke vervolging te maken krijgen als een nieuwe uitzonderingsgroep aangemerkt. Hierbij gaat het om personen die concreet aannemelijk kunnen maken dat zij met strafvervolging te maken kunnen krijgen en daarbij aannemelijk kunnen maken geen toegang te hebben tot daadwerkelijke rechtsmiddelen.
6.2.
Gelet op hetgeen onder 6.1. is het aan eiser om aannemelijk te maken dat de autoriteiten van Tunesië hem geen bescherming kunnen bieden. Hij is daarin niet geslaagd. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat zijn problemen zich hebben afgespeeld in het voorjaar en de zomer van 2021. De laatste mishandeling heeft in augustus van 2021 plaatsgevonden. Eiser is pas in september 2022 vertrokken uit Tunesië. Hij is dus nog ruim een jaar, zonder opnieuw te zijn mishandeld, in Tunesië gebleven. De staatssecretaris stelt zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat het daardoor niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer te vrezen heeft vanwege deze problemen. De staatssecretaris stelt zich vervolgens terecht op het standpunt dat eiser zijn stelling dat hij niet eerder kon vertrekken niet heeft onderbouwd of toegelicht. Evenmin doet eiser dit in beroep. Verder stelt de staatssecretaris terecht dat eiser niet nader heeft toegelicht of onderbouwd waaruit zou blijken dat de autoriteiten corrupt zouden zijn waardoor een aangifte niet zou helpen. Eiser heeft ook niet om hulp gevraagd of aangifte gedaan toen zijn woning zou zijn afgepakt. De staatssecretaris stelt zich terecht op het standpunt dat eiser zich bij voorkomende problemen voor hulp en bescherming kan wenden tot de Tunesische autoriteiten. Niet blijkt dat voor eiser deze mogelijkheid niet bestaat.
De staatssecretaris stelt tot slot terecht dat eiser ook niet nader heeft toegelicht of onderbouwd waaruit blijkt dat hij in een situatie van materiële deprivatie terecht zou komen. De enkele verklaring dat eiser alles is ontnomen is onvoldoende. In beroep voert eiser niets nieuws aan. Leefomstandigheden vallen bovendien onder economische motieven en hebben geen raakvlak met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU Handvest.
Conclusie
7. De staatssecretaris heeft naar het oordeel van de rechtbank de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
7.1.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, rechter, in aanwezigheid van
mr. B. Voors, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie Bijlage 13. behorend bij artikel 3.37f, derde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000 (veilige landen van herkomst).
Zie de uitspraak van de ABRvS van 22 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3605).
Zie de uitspraak van de ABRvS van 20 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1320).
Zie de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 8 juni 2023 met bijlage, Kamerbrief over herbeoordeling veilige landen van herkomst Georgië, Marokko en Tunesië.