Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-29
ECLI:NL:RBDHA:2023:18207
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,337 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/1328
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2023 in de zaak tussen
HSE Ontwikkeling B.V., uit Zaandam, eiseres
(gemachtigde: mr. J.J. Turenhout),
en
het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen, verweerder
(gemachtigde: R. Oosterhuis).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde-partij 1] en [derde-partij 2] uit [woonplaats] en [derde-partij 3] uit [woonplaats].
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van verweerder om een omgevingsvergunning te verlenen voor het transformeren van een bedrijfspand naar negen woningen gelegen aan de [adres] in [plaats].
1.1
Verweerder heeft deze omgevingsvergunning in eerste instantie in het besluit van 10 mei 2021 (het primaire besluit) verleend. In het besluit van 18 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit echter herroepen en de vergunning alsnog geweigerd.
1.3
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De derde-partijen hebben ook schriftelijk op het beroep gereageerd.
1.5
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
1. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres procesbelang heeft bij deze beroepsprocedure en dient het beroep niet-ontvankelijk te verklaren indien het procesbelang ontbreekt.
2. Vast staat dat eiseres na het bestreden besluit een nieuwe aanvraag heeft ingediend om verlening van de omgevingsvergunning voor het transformeren van een bedrijfspand naar negen woningen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft verweerder deze omgevingsvergunning met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure verleend. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 13 februari 2023 het beroep tegen dit besluit gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De verlening van de omgevingsvergunning is inmiddels in rechte onaantastbaar. Dit betekent dat eiseres het bouwplan kan uitvoeren.
3. De rechtbank heeft naar aanleiding hiervan aan eiseres gevraagd welk belang zij nog heeft bij het doorzetten van het beroep tegen het bestreden besluit. Eiseres heeft in de brief van 25 mei 2023 laten weten dat zij nog belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit, omdat dan de onrechtmatigheid van dit besluit vast staat.
4. Zoals door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is geoordeeld hoeft de bestuursrechter een bij hem ingediend (hoger) beroep alleen inhoudelijk te beoordelen als dit van betekenis is voor de beslechting van het geschil over het voorliggende besluit. Daarbij geldt dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is. Met andere woorden, de indiener dient een actueel en reëel belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het doel dat eiseres met het voeren van deze procedure voor ogen staat (of stond), is dat zij haar bouwplan kan uitvoeren. Zoals is overwogen onder 2 kan eiseres dit met de op 27 oktober 2022 aan haar verleende omgevingsvergunning. Dat maakt dat zij geen actueel en reëel belang meer heeft bij de behandeling van het beroep tegen het bestreden besluit. Dat eiseres wil dat de onrechtmatigheid van het bestreden besluit komt vast te staan, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Daarbij geldt dat eiseres niet heeft gesteld dat zij schade heeft geleden door het bestreden besluit.
Conclusie
5. Nu eiseres geen procesbelang meer heeft, zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat de rechtbank de zaak niet inhoudelijk zal beoordelen.
6. Nu het beroep niet-ontvankelijk is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat gaan aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Ciftci-Ibis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ECLI:NL:RBDHA:2023:1520
ECLI:NL:RVS:2023:2770.
ECLI:NL:RVS:2021:1145.