Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-23
ECLI:NL:RBDHA:2023:18079
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,592 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/20/139 R
vonnis van 23 november 2023
in de zaak van:
[schuldenaar]
wonende te [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
De heer [schuldenaar] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of de heer [schuldenaar] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan de heer [schuldenaar] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [schuldenaar] kunnen verhalen.
De rechtbank zal aan de heer [schuldenaar] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
De heer [schuldenaar] is op 21 september 2020 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. D. de Loor tot rechter-commissaris en, voor het laatst, J.M. Hoogland (Sociaal.nl Schuldsanering) te Purmerend tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De gebruikelijke looptijd van drie jaar is op 21 september 2023 verstreken.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting en de sollicitatieverplichting niet volledig zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de heer [schuldenaar] (nog) geen schone lei te verlenen.
1.4.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 6 november 2023 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de informatieverplichting en de sollicitatieverplichting nog steeds niet (voldoende) zijn nagekomen.
1.5.
De eindzitting heeft op 9 november 2023 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen:
- mevrouw J.M. Hoogland, WSNP-bewindvoerder,
- [X], beschermingsbewindvoerder.
De heer [schuldenaar] is niet op zitting verschenen hoewel hij daartoe behoorlijk is opgeroepen. De beschermingsbewindvoerder heeft kort voorafgaand aan de zitting bericht ontvangen dat de heer [schuldenaar] in verband met een ziek kind verhinderd was.
Beoordeling
2.1.
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor de heer [schuldenaar] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt (in de kern: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting). Om te kunnen beoordelen of aan de heer [schuldenaar] de schone lei wordt verleend, beoordeelt de rechtbank of hij (toerekenbaar) is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen gedurende de looptijd van de WSNP, met andere woorden: of hij deze verplichtingen tijdens de looptijd van de regeling voldoende is nagekomen.
2.2.
Op de zitting is gebleken dat de ontbrekende informatie is aangeleverd. Hierdoor is geen sprake meer van een tekortkoming in de informatieverplichting.
2.3.
Uit het dossier volgt dat de heer [schuldenaar] tot en met december 2020 heeft gewerkt. Daarna is hij vanwege ernstige psychische problematiek eerst tot juni 2021 en vervolgens ook vanwege bijkomende lichamelijke problematiek tot 11 maart 2023 vrijgesteld van de sollicitatieverplichting. In juli 2023 is de heer [schuldenaar] (opnieuw) opgeroepen voor een medische keuring, maar daar is hij niet verschenen. Voor de periode van 11 maart 2023 tot en met 21 september 2023 gold formeel dus geen vrijstelling ten aanzien van de sollicitatieverplichting.
2.4.
Niet is gebleken de heer [schuldenaar] in deze laatste periode heeft zich aan de geldende sollicitatieverplichting heeft gehouden. Er zijn geen sollicitatiebewijzen overgelegd. Dat betekent dat in beginsel sprake van een tekortkoming in de sollicitatieverplichting van zes maanden. De rechtbank is echter, op grond van de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, van oordeel dat aannemelijk is dat de heer [schuldenaar] over voormelde periode ook volledig arbeidsongeschikt is geweest. Dat betekent dat er weliswaar sprake is van een tekortkoming, maar dat deze, gelet op alle omstandigheden van het geval, van bijzondere aard is en daarmee niet in de weg staat aan het verlenen van de zogenoemde “schone lei”.
2.4.
De overige verplichtingen zijn door de heer [schuldenaar] naar behoren nagekomen. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met een schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen.
2.5.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- stelt vast dat de heer [schuldenaar] (toerekenbaar) in de nakoming van de sollicitatie-verplichting is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard buiten beschouwing blijft;
- stelt vast dat de heer [schuldenaar] niet (toerekenbaar) in de nakoming van de overige uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- geeft te kennen dat de verplichtingen van de heer [schuldenaar] zijn geëindigd op 21 september 2023, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 4.817,00 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- stelt het vastrecht vast op € 666,-, voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. R.G.C. Veneman, in samenwerking met J.N. van Berkel, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 november 2023.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.