Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:18012
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,047 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10230
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. S. Azzaoui).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van de staatssecretaris van 11 augustus 2023 waarbij de staatssecretaris aan eiseres heeft medegedeeld dat haar recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Op 30 juni 2023 heeft de staatssecretaris zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiseres op 4 september 2023 te beëindigen. Eiseres heeft geen zienswijze ingebracht. Vervolgens is het bestreden besluit genomen, waartegen het beroep zich richt.
1.2.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2023 op zitting behandeld. Ter zitting was de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig.
Beoordeling
2. Een vreemdeling die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener van het beroepschrift moet dan wel eerst de gelegenheid hebben gehad om de beroepsgronden alsnog binnen een door de rechtbank gestelde termijn in te dienen.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift, ontvangen door de rechtbank op 2 september 2023. De rechtbank heeft eiseres in haar brief van 7 september 2023 verzocht om uiterlijk op 4 oktober 2023 dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft echter geen gronden ingediend en geen reden gegeven voor het niet tijdig vermelden van de beroepsgronden. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiseres niet inhoudelijk behandelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Nieuwenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van de Richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.
Dit volgt uit artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 6:6 van de Awb.