Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-03
ECLI:NL:RBDHA:2023:17904
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
791 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.23793
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 14 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 28 september 2023 nog een stuk in het dossier geplaatst waaruit blijkt dat eiser sinds 19 september 2023 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank heeft het beroep op 3 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Iemand die in beroep gaat moet uitleggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 21 augustus 2023 een brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk op 28 augustus 2023 moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit.
4. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. Eiser heeft hiervoor geen geldige reden gegeven.
5. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk en verklaart het beroep niet- ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2023 door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
05 oktober 2023
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.