Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-15
ECLI:NL:RBDHA:2023:17821
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,046 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27724
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam],
V-nummer: [Nummer],
eiser,
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [Geboortedatum]. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 1 september 2023 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
2. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen de gemachtigde van de staatssecretaris. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich op voorhand afgemeld voor de zitting.
Beoordeling
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
4. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Nederland heeft bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dat verzoek op 10 juli 2023 geaccepteerd.
5. Niet in geschil is dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. De rechtbank leidt uit het beroepschrift af dat het beroep ook niet zozeer is gericht tegen de overdracht aan Duitsland. Eiser heeft aangevoerd dat hij medische klachten heeft, dat hij zal worden onderzocht en dat hij met het beroep wil bereiken dat hij niet aan Duitsland wordt overgedragen voordat de afspraken bij de Noordwest Ziekenhuisgroep op 15 september 2023 (CT-scan) en 27 september 2023 (consult) hebben plaatsgehad. Verder wil hij met zijn beroep bereiken dat de overdracht aan Duitsland plaatsvindt onder de voorwaarde van een adequate overdracht van het medisch dossier.
6. De rechtbank stelt vast dat er inmiddels ruim een maand is verstreken na de laatst vermelde afspraak in het ziekenhuis. Eiser heeft de rechtbank niet bericht over de uitslag van het medisch onderzoek of een eventueel vervolg. De staatssecretaris heeft ter zitting toegelicht dat – indien eiser hiervoor toestemming geeft – een uitwisseling van eisers medische gegevens kan en zal plaatsvinden tussen Nederland en Duitsland. De staatssecretaris heeft dat ook in het bestreden besluit vermeld.
Conclusie
7. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht niet in behandeling genomen.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.