Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:17438
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
519 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13796
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A.M.V. Bandhoe),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening (NL23.13796) dat door verzoeker is ingediend.
1.1
Verweerder heeft bij besluit van 13 december 2022 (het primaire besluit) vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf als Unieburger heeft in Nederland.
1.2
Met het besluit van 14 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder op het bezwaar van verzoeker beslist en is bij de vaststelling van geen rechtmatig verblijf gebleven.
1.3
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.13794) ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening (NL23.13796) te treffen.
Beoordeling
2. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting in deze zaak, omdat dat op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet nodig is.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er op 11 oktober 2023 mondeling uitspraak is gedaan in het beroep en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk.