Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2023:17421
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
632 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/5534
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
(gemachtigde: mr. K. Verbeek).
Procesverloop
In de brief van 19 juli 2023 staat dat verweerder vanaf juli 2023 maandelijks € 134,88 inhoudt op verzoekers pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over de brief van 19 juli 2023. Tegen die brief loopt geen bezwaarprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Uit het dossier blijkt verder dat verzoeker wel bezwaar heeft ingesteld tegen een besluit van verweerder van 3 augustus 2023. Deze bezwaarprocedure is inmiddels afgedaan met de beslissing op bezwaar van 11 september 2023, zodat het verzoek om voorlopige voorziening ook niet tegen het besluit van 3 augustus 2023 gericht kan zijn.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.