Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:16790
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Proceskostenveroordeling
905 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4642
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
geboren op [geboortedatum]
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Coene),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: P. Ozturk).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om vergoeding van proceskosten. De staatssecretaris heeft op 6 oktober 2023 laten weten dat hij niet bereid is de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, nu partijen, desgevraagd, niet hebben aangegeven gebruik te willen maken van hun recht ter zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verzoeker heeft op 14 februari 2023 beroep ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens verzoeker niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 7 juli 2022.
Op 17 juli 2023 heeft de rechtbank het beroep niet tijdig beslissen van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. Verzoeker heeft vervolgens op 17 augustus 2023 verzet ingediend tegen deze uitspraak.
De staatssecretaris heeft vervolgens op 27 september 2023 een inwilligend besluit genomen op de asielaanvraag van verzoeker. Op 28 september 2023 heeft verzoeker het verzet ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
3. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of er sprake is van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a Awb. In deze procedure heeft verzoeker het verzet ingetrokken voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het verzet. Omdat het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is verklaard en verzoeker het verzet heeft ingetrokken is er geen sprake van een tegemoetkoming door de staatssecretaris aan verzoeker. De rechtbank ziet daarom geen grond voor een proceskostenveroordeling.
4. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt op grond van het voorgaande, als kennelijk ongegrond, afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.