Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-30
ECLI:NL:RBDHA:2023:16559
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
780 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14050
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 26 oktober 2023 in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.S. Frickus),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 9 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 26 oktober 2023. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Bulgarije daarvoor verantwoordelijk is.
4. Eiser vindt dat hij niet aan Bulgarije kan worden overgedragen omdat er niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit kan worden gegaan dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser wijst op het risico van pushbacks en op de opvangsituatie van Dublinclaimanten in Bulgarije.
5. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 augustus 2023 geoordeeld dat in het geval van Bulgarije van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Niet is gebleken dat Dublinclaimanten het risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks. Ook is Afdeling ingegaan op de opvangsituatie van Dublinclaimanten in Bulgarije.
6. De informatie waarop eiser zich baseert is van oudere datum en betrokken bij de Afdelingsuitspraak en kan dus niet leiden tot een geslaagd beroep.
7. Omdat het beroep ongegrond is, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten.
8. Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2023 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.