Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-25
ECLI:NL:RBDHA:2023:16349
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
979 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 21/469
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], v-nummer: [nummer], eiser
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock)
Inleiding
1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser bij het bestreden besluit van 4 augustus 2020 afgewezen als ongegrond. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit.
2. De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2023 op zitting behandeld in Breda. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser was niet aanwezig.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit. De rechtbank doet dit aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd: de beroepsgronden.
4. De voormalige gemachtigde van eiser heeft op 24 september 2020 beroepsgronden ingediend. Deze beroepsgronden zijn een herhaling van wat eiser eerder al naar voren heeft gebracht en waarop verweerder in het bestreden besluit is ingegaan. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt wat niet juist is aan de motivering van het bestreden besluit. Daarom slagen de beroepsgronden van 24 september 2020 niet.
5. Verder heeft eiser aangevoerd dat tijdens zijn asielprocedure drie verschillende tolken Spaans zijn gebruikt en dat dit heeft geleid tot risico’s op misverstanden bij de interpretatie van de verklaringen van eiser. Eiser heeft dit voor het eerst in beroep aangevoerd. Het lag op de weg van eiser om dit eerder naar voren te brengen, namelijk in de correcties en aanvullingen bij de gehoren van eiser, of zo nodig nog in de zienswijze. Ook heeft eiser niet duidelijk gemaakt hoe het gebruik van de verschillende tolken Spaans van invloed is geweest op de weergave van zijn asielrelaas. Eiser heeft als voorbeeld genoemd hoe het woord ‘sanitair’ in het Spaans op meerdere manieren vertaald kan worden, maar dit woord heeft geen betrekking op het asielrelaas van relaas. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
6. Wat eiser verder heeft aangevoerd over het functioneren van de advocaat die hem tijdens de asielprocedure heeft bijgestaan, is niet te herleiden tot het asielrelaas van eiser en de beoordeling daarvan door verweerder. Ook dit leidt daarom niet tot een geslaagd beroep.
Conclusie
7. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 17 oktober 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.